Verlangenavond

Gisteravond wilde ik graag iets eerder weg van mijn werk, wat overigens niet is gelukt.
‘Heb je een vergadering dan?’ Nee, dat is het niet. Maar hoe leg je zo’n avond nu uit?
Donderdag is ‘Verlangenavond’. Niet eens de officiele naam, maar onderling al vrij in het begin als zodanig bestempeld. Een avond waar mensen samenkomen met een verlangen naar God en het delen van en in Zijn liefde. Het klinkt gelijk zo zweverig als ik het probeer te omschrijven, maar je moet er bij zijn. Gisteravond was ik laat, maar ik weet dat ik op ieder moment kan en mag binnenvallen. Ik wist niet meer precies in welk huis ik moest zijn maar ik hoefde alleen maar mijn oren te volgen: Ze waren al aan het zingen, een heel mooi lied begeleid door iemand die zijn hart en ziel in zijn gitaarspel kan leggen. Prachtig om zo binnen te komen.
 K. las een gebed voor en ze verontschuldigde zich bij voorbaat al voor de lengte. En het was een gebed wat inderdaad geen einde aan leek te komen, maar dat wilde ik ook helemaal niet. Zin voor zin leek ze laagje voor laagje af te pellen met haar woorden, en God recht in mijn ziel binnen te laten komen. Met haar kwetsbare stem nam ze ons allen mee voor Gods troon, zo intensief heb ik het nog niet vaker ervaren in mijn leven. Een vrouw die weet van diepe dalen en intens verdriet en juist in al haar gebrokenheid straalt ze zo veel heelheid en kracht uit, ze heeft er zelf geen idee van. Ze sprak over hoop, over vertrouwen, over Gods onvoorstelbare liefde dwars door alles heen en je gelooft haar. En na zoveel mooie woorden waar helaas toch een einde aan kwam viel er een stilte. Een mooie stilte. Ook dat is samen delen.

Het was een bijzondere avond, maar ach.. dat is het eigenlijk iedere keer. Het is zo gaaf samen te zingen, bijbel te lezen, voor en met elkaar te bidden, een stukje te delen van jezelf. Ik moet vaak werken op donderdagavond en moe aan het einde van zo’n lange dag. Maar als het enigszins kan wil ik deze avonden toch niet graag missen. Ik er altijd zo door opgeladen! Ik hou van alleen zijn, maar heb net zo hard mensen om mij heen nodig. Samen onderweg; ik ben dankbaar van zoveel mooie mensen die God op mijn pad brengt.
Dus ja.. Verlangenavond. Hoe beschrijf je zo iets..?! Ik heb een poging gewaagd maar eerlijk gezegd kom ik woorden te kort om er echt recht aan te doen…
 

 

Leiding of naïviteit

‘Ik kijk altijd maar strak voor me uit’, zei ze, ‘en ik ga ook echt niet moeilijk doen als iemand voor probeert te dringen in de rij bij de kassa of zo. Voor je het weet heb je een tik te pakken.
Ze zijn zo brutaal als ik weet niet wat tegenwoordig!’
Om heel eerlijk te zijn herken in mij totaal niet in dat beeld wat de vrouw tegenover mij schetst. Het komt me angstig over, zo benauwd. Het tegenovergestelde, dat past beter bij mij. Of ik nu met mijn hond aan het wandelen ben of naar de stad fiets; ik zoek vaak oogcontact.
Een glimlach, even een goedendag zeggen.. zo doen wij dat nog hier in onze wijk. Gelukkig wel. En om heel eerlijk te zijn kan het me niet echt schelen of iemand er schattig, verloren, crimineel of doodgewoon uitziet. Misschien wat naief, als je me vergelijkt met de vrouw waarmee ik in gesprek was, maar er zijn mij nog nooit nare dingen overkomen.
Rare wel.
Op de een of andere manier voeren de wildvreemdste mensen hele gesprekken met mij, soms tot hele persoonlijke verhalen aan toe. Nu heb ik soms de wat onhandige neiging om vragen te stellen die even een tandje dieper gaan dan de gemiddelde mens zou stellen. Of je er nu op zit te wachten of niet. Of weer zo’n opmerking maken die iemand flink aan het denken zet.
Prima in een pastoraal gesprek of zo, maar als je met een ongeduldige hond aan de andere kant van de hondenriem in mijn verkleumde vingers staat de praten met een iemand die toevallig ook net zijn hondje aan het uitlaten is… tja.
Iemand die net te horen heeft gekregen dat ze ziek is en nog maar een paar maand te leven heeft. Een vrouw wiens man de afgelopen zomer heel plotseling was overleden tijdens een treinreis. Een man die net verlaten is door zijn vrouw, geen famillie of vrienden heeft om zijn verhaal bij kwijt te kunnen en zich stort op zijn werk om zo maar niet aan zijn verdriet te hoeven denken. En ga zo maar door.
Rijst bij mij toch altijd de vraag: Misschien heeft God die persoon wel op mijn pad gezet om even een praatje mee te maken. Die vraag kwam een tijd geleden wel heel eng dichtbij.
Stoere man met stoere hond en een heel triest verhaal. Ik hoorde mij weer van die emo vragen stellen (Yvonne, doe eens rustig aan je kent die beste man niet eens.) Ja hoor, man in tranen. Voordat ik kon bedenken wat ik deed maakte ik zo’n rake opmerking (Wat zei je net nog tegen jezelf?!? Je bent geen proffesionele hulpverlener of zo, schei uit!)
Hij keek mij aan en gaf mij spontaan een knuffel. Slik, wat gebeurt hier. Iemand die zo eenzaam is, zo voor zijn eigen rouwproces wegrent… ik had het echt met hem te doen.
Daar kwam de vraag: ‘Kom jij dan eens bij mij langs, ik kan zo fijn met je praten.’
Euhm.. Ja, daar stond ik dan met mijn vraag: Brengt God deze man op mijn pad en moet ik naar hem toe? Of ben ik weer eens verschrikkelijk naief en ben ik niet goed wijs om er serieus over na te denken om bij een wildvreemde, alleenstaande, lichtelijk wanhopige man thuis te komen.
‘Kom dan bij mij’, bracht ik nog in. Mijn man en puberdochter nog even ter sprake gebracht, gewoon voor de zekerheid. Maar nee, dat vond hij niet fijn praten met derden er bij. Kan ik me nog wel indenken ook.
Eerlijk gezegd dat hij me wel wat overviel en ik niet zomaar een beslissing wilde maken.
Dat vond hij prima. Adressen uitgewisseld (nog lang zitten bedenken hoe verstandig dat eigenlijk was) en gezegd dat hij welkom was. Ik bij hem uiteraard ook, ik moest maar eens aan komen waaien. Ik dacht er nog even het mijne van.
Gods leiding of mijn naieviteit, ik was er nog niet uit.
En echt, ik geloofde zelf niet eens wat er gebeurde, gaf die man mij zo ineens een zoen zo op mijn mond. Nou ja, bijna dan, ik kon nog net op tijd mijn hoofd bijdraaien. Gewoon zo’n blije, dankbare, vriendschappelijke zoen, maar toch.
Ja hoor, heb ik weer!
‘Sorry, maar ik kus geen vreemde mannen’
‘We zijn nu toch geen vreemden meer?’
We namen afscheid. We gingen ieder ons weegs, ieder met onze eigen gedachten.
Ik weet niet eens zijn naam.

Wat vind jij dat ik moet doen?

Geef reactie