Wie schrijft….

Ik kan geen woord Spaans maar alles wat ik lees probeer ik te ontcijferen. Ik kom niet verder dan het woord Dios. Fijn, zo’n engelse vertaling er onder. ‘May God bless your home, prosper you and grant the wishes of your heart…‘ Kippenvel. Ik lees ze steeds maar opnieuw en word warm en koud tegelijk terwijl ik al zijn woorden gulzig opslok. Wow, wat gaaf… de eerste brief van ons sponsorkind. Ik heb er naar uit gezien. Ik vraag me af of een kind van dertien zulke woorden spreekt of dat ze ingefluisterd worden door zijn begeleider, maar dat doet er ook eigenlijk niet toe. Drie dagen verschil in leeftijd tussen hem en onze dochter, mijlen ver van elkaar verwijderd, hun levens konden haast niet meer verschillen en toch moet ik glimlachen als ik zie waar hij van houdt; pizza, voetballen en cola. Favoriete vak is wiskunde. Waar ben ik dat eerder tegengekomen?!

Het is gaaf om een handgeschreven brief in je handen te houden. Ik kan me niet herinneren wanneer dat voor het laatst was. Het uitwisselen van berichten, langer of korter, gaat tegenwoordig allemaal digitaal. Ik kan Jonathan via de site terugschrijven. Echt niet. Sommige dingen moet je ouderwets met de hand blijven doen. Zoals een brief schrijven. Misschien is het een rare tik van mij, want een ieder die mij kent weet dat ik behoorlijk digitaal ben ingesteld, maar ik mag graag weten hoe iemands handschrift is. Weet je dat ik van een paar mensen die mij zeer na aan het hart liggen niet eens weet hoe hun handschrift er uit ziet…?! Ik kan het niet helpen daar toch nieuwsgierig naar te zijn. Vraag me niet waarom. Op de een of andere manier komt dat heel dichtbij of zo. Doe jij dat ook; als je een handgeschreven enveloppe krijgt eerst proberen te bedenken van wie dat zou kunnen zijn..?! Een langzaam uitstervend iets, handgeschreven post. Stiekem toch jammer hoor. Vanmiddag zal ik hem terugschrijven, de jongen uit Guatamala wiens foto hier in de kamer prijkt.

Advertenties

Het kind Jonathan

Er valt een grote enveloppe op de mat. Eindelijk. Ik had er naar uitgezien. Niet veel later houd ik zijn foto in mijn handen; Jonathan. Donker bruine ogen, even zo donker vlassig haar en een ietwat te korte spijkerbroek. Ik hoop van ganser harte dat ik hem de komende tijd beter mag leren kennen, al zal ik hem waarschijnlijk nooit ontmoeten.

Een week of wat geleden keken we zwijgend en onder de indruk naar de film ’58 . Ik zeg je er maar direct eerlijk bij: ik vond het maar niks. Treurige gezichten van mensen onder zulke trieste omstandigheden. Kinderen zonder hoop, met verloren dromen. Waarom zou je dromen als je toekomst niet meer is dan de ellende waar je nu in zit? Een sneu muziekje eronder, natuurlijk… dik mijn schuldgevoel maar aan. Een gevoel van onbehagen, machteloosheid.
Ik steek liever mijn kop in het zand. Gaandeweg veranderd de sfeer in de film. Sprankeltjes hop. Mensen die mensen helpen. Gedreven door Hoop, heel bewust met een hoofdletter geschreven. God doet geweldige dingen door ogenschijnlijke kleinigheden. Het beeld veranderd. Een man op een podium in mooie nette kleren. We zijn weer terug in het rijke Westen. De cijfers die hij laat zien zijn schokkend. Nee, niet de cijfers van ellende, maar cijfers van hoop en uitzicht. De exacte getallen weet ik zo niet meer, wel de getallen van mensen die overleven, beter leven hebben door het aanleg van een schoonwater put, muskieten netten enzovoort. Duizenden levens gered, meer nog. Hulp aan een generatie is bouwen aan een betere toekomst voor de volgende generatie. Een steen in de vijver effect, de kringen worden almaar wijder en wijder.
Ineens wordt het tastbaar: ook ik kan een verschil maken, al is het maar klein. Ook met kleine druppels kun je een grote emmer vullen.

Ik denk aan Maquine, een kindje wat we een aantal jaren hebben mogen sponseren. Een meisje uit Haïti. Na de grote aardbeving duurde het lang voordat we wat over haar vernomen. Gelukkig, zij en haar familie hadden het overleefd. Van haar zelf hebben we nooit meer een brief gehad.
Het duurde niet lang voordat we een officieel bericht kregen dat ze het programma verlaten had, ze was verdwenen…
De ramp is ondertussen drie jaar geleden. We hebben daarna niet direct een nieuw kindje gesponsord. Het goede voornemen is, zoals zovele, blijven liggen op de plank. Tot nu.  Ik kan een verschil maken in iemands leven. Het is mijn opdracht als christen om niet werkeloos toe te zien. Dat komt middels die film ook als een mokerslag binnen, terwijl ik die waarheid eigenlijk al lang kende. Uiteraard kun je die opdracht op zovele manieren invullen. We hebben ieder onze eigen mate van rijkdom, tijd, energie, mogelijkheid, talenten en gaven gekregen, en niet om alleen voor onszelf te houden. Laat iedereen doen op de manier waartoe hij geroepen is. Maar niets doen is geen optie!

En dan zit je dan voor zo’n scherm met al die gezichtjes. Hoe kan ik kiezen, ik wil niet kiezen. Laat Compassion dat maar doen. Toch valt mijn oog steeds op Jonathan.

Voor ieder kind die God ons wil geven, sponseren we ook een kindje ergens anders in de wereld, spraken we bij de geboorte van onze dochter af. Het bleef bij een. Zowel volgens de natuurlijke als de medische weg hebben we tot groot verdriet geen kinderen meer mogen ontvangen. Meestal verwerk ik dat wat me bezig houd (hoe verrassend) al schrijvende. Toen onze dochter 10 jaar was en nog steeds enig kind, heb ik een verhaal geschreven. Het verhaal is fictief, de emoties werkelijkheid. Het verhaal is getiteld ‘Brief aan Jonathan’.
Wellicht dat je nu begrijpt waarom mijn oog steeds op het fotootje viel van dit jochie. Zijn geboortedatum gaf de doorslag: September 1999.
Degenen die mij en mijn gezin kennen weten dan wel genoeg…
Knipoog van God? Ik weet het niet, misschien wel.
Hoe dan ook geloof ik niet in toeval…