Mijn beste vriend

Tom Rutbeek

Eenzaamheid is tegenwoordig mijn beste vriend. Ondanks de mensen om mij heen die meelevend – of is het medelijdend? – af en toe een appje sturen of langskomen om te vragen hoe het gaat en of er nog wat nieuws te melden is. Eenzaamheid loopt met me mee op een heerlijke zonovergoten dag als deze. Als ik met Tom wandel naar het Rutbeek – nu kan het nog – en de vogels als één groot chaotisch orkest hun liederen fluiten en de wind zachtjes met mijn ongekamde haren speelt. Het zit naast me als ik op mijn hurken in het gras, tussen de honderden Margrietjes zit om zo mooi mogelijke foto’s te maken van een dolenthousiaste hond. Het blijft naast me als ik op het houten balkje zit met mijn voeten in het zand waar Tom onder luid gegrom diezelfde balk uit probeert te graven. Zinloos. Net als mijn leven op dit moment. En toch geniet ik van de vredige rust, de stilte, van het nu. Denkend aan al die mensen die voorbij komen wandelen. Hand in hand, twee aan twee. Of voetballend met hun kinderen, even verderop. Samen. Niet alleen. Ik lijk op dit moment nauwelijks te bestaan. Alleen Tom kom naast me zitten en kijkt me met zijn trouwe hondenogen aan. Hij begint zachtjes te piepen. Alsof hij mij wil troosten. Bemoedigen. Zeggen dat ik niet alleen ben. Ik ben ook niet alleen. Eenzaamheid zit naast me. Mijn meest trouwe vriend. Het laat me nooit alleen..

Dit is mijn laatste blog op yag76.wordpress.com. De A uit yag76 is niet meer. In het vervolg zal ik verder schrijven op Miss Greenfield

Advertenties

Zo’n ochtendje

Door de gordijnen schijnt een verdacht lichte gloed. Ik trek mijn dikke ochtendjas nog wat strakker om mij heen, gluur ik naar buiten en staar in een witte wereld. Terwijl de alsmaar dikker wordende vlokken naar beneden dwarrelen nestel ik mij op een stoel dicht bij het raam. Dekentje om mij heen, dampende kop koffie naast me en tablet op schoot. Het is zaterdagochtend en een dag vol aanrommelen ligt voor me. Prettig…

Het is stil in huis, mijn vaste ritueel op een vrije ochtend kan beginnen. Facebook, Twitter, Pinterest, mail en dan uitgebreid allerlei blogs lezen. Verdwalen in andermans schrijfsels en verhalen. Maar het duurt maar even. Gestommel op de trap. Dochterlief, gehuld in een dekentje, stiefelt binnen. Het daarop volgende uur wordt gevuld met gezellig geklets, de geur van gebakken koekjes (Wel eerst fatsoenlijk ontbijten! Jaahh mam), geneurie en nog meer gekeuvel. Van lezen komt niet veel terecht maar mij hoor je niet klagen. Helemaal niet als ze me een heerlijk wentelteefje voorschotelt. Dan biedt ze ook nog eens aan om met de hond te gaan wandelen. Het inmiddels behoorlijk dik pak sneeuw zal daar allicht mee te maken hebben. Voor ze naar boven loopt krijg ik nog instructies mee om op de tweede lading koekjes te letten, die in de oven staan.

Snow-Heart

Het geratel verstomd, ik duik weer in mijn verhaal, totdat de volgende beneden komt; iets minder blij met de sneeuw maar met evenveel verhalen. Van lezen komt niet veel merk ik al. Geeft niet, t blijft evengoed een gezellig keutelochtendje.

Het is inmiddels bijna half elf. Het wordt tijd voor een hete douche en om mijn pyjama te verwisselen voor een warme trui en spijkerbroek. Ik loop naar boven. Komt dochterlief nog even bij me. “Bedankt man, voor t opletten op de koekjes. Ze zijn nu kats verbrand!” Ai. Minpuntje.

 

Dat was het dan… bijna

Vrijdagmiddag, languit op de bank met een kopje thee.
Een onwerkelijk gevoel overvalt me. Ik heb het er bijna opzitten! Alle opdrachten zijn af en ingeleverd, alle Proeves besproken, gepresenteerd en ondertekend. Vandaag nog even op school geweest voor de laatste dingen en nu hoef ik niets meer…
Nou ja, bijna niets. Volgende week beginnen de eindpresentaties, die van mij en mijn klasgenoot is een weekje later gepland (maar al wel af en voorbereid). Dit was het dan. Ik heb nog niet alle beoordelingen terug, maar ik verwacht toch niet dat nu nog iets tussen mij en mijn diploma in staat. Die ik overigens begin maart in ontvangst hoop te nemen.

Ik geloof dat ik de enige uit mijn klas ben die dit zegt, maar ik ga het echt onwijs missen. De vrijdagen op school dan, de opdrachten en verslagen; daar ben ik wel klaar mee. Alhoewel… Call me crazy, maar zelfs verslagen maken vind ik leuk om te doen. Maar ’s morgens in mijn autootje stappen om naar school te gaan, lessen volgen, contact met klasgenoten, het voelde werkelijk iedere keer weer als een dagje uit. Heel bijzondere contacten opgedaan waar ik de rest van mijn leven dankbaar voor zal zijn. Ik voel me toch een beetje een ander mens dan toen ik voor t eerst het prachtige gebouw van het ROC binnen stapte.

image

Daar zit ik dan, bijna niveau 4 op zak, Persoonlijk Begeleider Maatschappelijke Zorg. Weer gewoon aan het werk als assistent begeleider.
Beetje wrang voelt dat wel. Gelukkig ben ik gezegend met een geweldig team met fantastische mensen die me de ruimte geven om extra taken te doen. Maar toch…
Ach, wie weet wat er in de toekomst nog allemaal nog op mijn pad komt.
Voor alles is er een tijd en een plaats, schreef Prediker al. Het komt vast wel goed.
Nu eerst maar eens genieten van de rust.
Jakkes, wat klinkt dat saai (;

Wat gaat het snel…

Rommelen in een kastje met vergeten spullen en daar oude dagboeken tegenkomen. Wat je ook allemaal van plan was te doen, zodra  zo’n boekje wordt opengeslagen weet je dat er van je originele plan weinig meer terecht komt. 

“Zes weken oud is mijn kleine meisje alweer. Wat gaat het snel…” Vervolgens schrijfsels over slaaptijden, voedingen, eerste lachjes en gekke geluidjes. Ik was 23 jaar oud, had mijn baan opgegeven om fulltime moeder te zijn en genoot daar met volle teugen van. “Wat gaat het snel...” Ja, inderdaad. Die 6 weken zijn er inmiddels 798 geworden en nadien zijn er nog heel wat dagboeken vol gepend.

zwanger10“Heb je een baby in de buik?” vroeg een cliënt mij van t weekend. “Nee schat, dat zijn te veel oliebollen geweest”, terwijl ik wat rechterop ging staan en mijn buik inhield. Lukt bij mij nog. Bij mijn zus niet meer. Zij is wel zwanger. Zo leuk! Mijn kleine zusje wordt moeder. Ze was 16 jaar toen ze voor het eerst onze dochter in haar armen hield. Onze dochter is (bijna) 16 als hun kindje in haar armen ligt. “En als mijn zoon straks 16 is, houdt hij haar baby vast”, grapte ze. Hou toch op zeg… daar wil ik nog niet over nadenken. .

Een jongetje. Zus en vriend weten het sinds gisteren. Toen ze het vertelde plopte er gelijk een naam in mijn hoofd. Het zou wel erg toevallig zijn als het klopt.  Tja. Ik word weer tante. Echt niet voor de eerste keer, sterker nog, ik ben het al 16 keer. Maar dit eerste van mijn enige zus. Voelt toch net even wat anders. (sorry, lieve schoonzussen). Nog een paar weken geduld. Week of 16. Oh nee, iets meer.

 

Daar heb je wat aan…

Er brandt een lampje in mijn auto. Ik houd niet van brandende lampjes op plekken waar dat niet zou moeten. Om heel eerlijk te zijn weet ik niet eens of ik het vandaag voor het eerst zie of dat mijn natuurlijke reactie was dat ik het wel eerder gezien had, maar niet registreerde. Zo van; zie ik het probleem niet, is er geen probleem. Dan gaat het vast vanzelf wel over. Mijn auto denkt daar anders over. Het begint licht te protesteren door wat minder soepeltjes te lopen, wat na een poosje overgaat in dreigen met afslaan. Ok, ok. Ik snap de hint. Probleem geregistreerd en bijgeschreven op het lijstje met actiepunten.

Snel naar huis dan maar. Paar straten verderop rij ik weer terug om mijn bijna vergeten dochter alsnog van school op te halen (oeps). Toch vertederend hoe dochterlief mij enigszins moed inpraat als dat lampje-wat-niet-hoort-te-branden ook nog eens begint te knipperen.
“Rustig maar mama, het komt allemaal goed.” Om mij vervolgens vierkant uit te lachen als ik nog verder in de stress schiet als de auto ook nog eens andere vreemde kuren begint te krijgen.
“Oh mam kijk, allemaal rook!”
“He, wat, waar, nee he..”
“Grapje…!”
Fijn, heel fijn. Schattig. Leuk van je. Ze komt niet meer bij van het lachen.
“Om de spanning een beetje te breken”, zegt ze dan ook nog met een grote grijns. Ondertussen knippert het lampje dan weer wel, dan weer niet, rijdt de auto zoals het hoort, dan weer niet. Ik vertrouw het voor geen meter. Ik zie me al midden op een druk kruispunt stilstaan, of op de rondweg waar geen andere auto meer langs zou kunnen. Dochterlief doet er nog een schepje bovenop en bedenkt al plekken waar we het beste zouden kunnen stranden wil de verkeerschaos op zijn best zijn. Mijn steun en toeverlaat…

Eindelijk rijden we onze wijk in. Nog maar een paar straten en ja; we hebben het gehaald. Bij thuiskomst het auto boekje er maar bij gepakt.
“Indien lampje knippert, bel direct de garage.” Het blijkt het lampje van de motor te zijn. Ik voel mijn portemonnee al jeuken. Vanmiddag nog maar eens de halve stad door rijden en hopen dat ik ook daar ongeschonden aankom.
Ik denk dat ik dochter maar thuis laat.

Boos

Een gratis versie van de Eva Magazine valt op de deurmat. Het zonnetje schijnt heerlijk en languit op de ligstoel pak ik even een momentje voor mijzelf. Mijn oog valt al snel op een artikel over moeiten rondom zwangerschappen en ik lees een vertrouwd verhaal, verteld door een ander. Wel spontaan een eerste kindje, maar de tweede zwangerschap blijft uit. Ook zij onderging diverse IUI pogingen en tot haar blijdschap bleek ze zwanger bij de vijfde poging.

Het is een van de laatste zinnen die me door mijn hart snijdt.
“Eindelijk zijn we een gezin.” Ik smijt het blad aan de kant. Verder lezen hoeft van mij niet meer. Jaren lang heb ik er verdriet van gehad. Vond ik ons geen gezin maar een stel met een kind. Wij hebben tig onderzoeken gehad, diverse dingen moeten proberen en hebben zes IUI behandelingen gehad. De laatste poging was een verschrikking door een walgelijke, kille, afstandelijke verpleegkundige die me eerst dik 10 minuten bloot en wijdbeens op zo’n genante stoel laat liggen terwijl ze rustig staat te beppen aan de telefoon. Om vervolgens met de inseminatiespuit in haar hand meewarig de vraag stelt of we dit wel door willen zetten.
“Eigenlijk heeft het toch geen zin, gezien de slechte kwaliteit.” Compleet gedesillusioneerd zijn we het ziekenhuis uitgelopen.

We zijn ondertussen jaren verder, Inge is bijna 15 jaar. Het gemis gaat nooit helemaal weg maar het heeft een plek gekregen. Ik heb al lang geleden geleerd om me niets aan te trekken van zoveel domme, nikszeggende en vaak goedbedoelde woorden die precies het tegenovergestelde effect hebben. Het komt vaker voor dan je denkt. En nu lees ik in dat blad over iemand die door hetzelfde gegaan is, en zij verteld me dat ik geen gezin heb? Dus toch ‘alleen maar’ een stel met een kind? Ik zou me dit ook niet zo aan moeten trekken, maar voor even ben ik boos.
Het blad ligt inmiddels verder ongelezen in de oud papierbak.

Zo mooi, zo mooi

Gewoon vol blijven houden dat je vakantie hebt tussen de werkdagen door. Dochter heeft dat in ieder geval nog wel. De zon blijft onverminderd schijnen, het temperatuurtje is prima; wij gaan een dagje op stap. Haar ik-hoef-lekker-niks-vakantiekapsel (borstel, hoezo borstel, hup in een knotje is net zo makkelijk) wordt een strak gestylde coupe. (Oooh haar mooie krullen, er zijn maar weinig mensen die weten hoe mooi haar haar over haar rug kan golven…) Haar trainings- of pyamabroek verwisseld voor een vlot zomers rokje. Eyeliner strak, mascara voor vollere wimpers en een tasje aan haar arm; we zijn er klaar voor.

De terrasjes zitten vol, de plaatselijke dorpsgek zingt al dansend een vrolijk liedje op het marktplein en boven de slenterende mensen zijn de straten versierd met kleurige paraplu’s. Hè, wat een gezelligheid.

Zoals zo vaak werp ik een blik op mijn dochter. Ik heb echt de mooiste dochter van de hele wereld. Ik weet het, geen enkele moeder of vader zal het met me eens zijn, maar het is echt waar. En dat ik haar zo’n prachtige meid vind is één ding, maar waar ik na een paar jaar nog steeds niet aan kan wennen is dat er geregeld een jongmens haar te lang aan blijft staren of zelfs na kijkt. Raar gevoel hoor; aan de ene kant supertrots zijn en aan de andere hem wel een draai om z’n oren willen geven. Niet te geloven dat mijn kleine, blonde, eigenwijze meisje met heerlijk dikke knijpwangetjes ineens rondloopt als een prachtige jonge vrouw. Overigens nog steeds eigenwijs.

Oh, ik hoop maar dat ze dit niet leest. Niks gênanter dan een pochende moeder – op internet notabene! Een regelrechte verschrikking als je bijna 15 bent.
Rollende ogen, boze blik en een diepe zucht.
Ai.
Sorry dochter…

Mensen

Vier oude dames met net zoveel rimpels in hun gezicht als dat ze plezier hebben met elkaar. Ik kan mijn blik nauwelijks van ze afhouden als ze al giechelend het terras oplopen. Ze gaan schuin achter me zitten zodat ik ze net niet kan zien, maar des te beter kan horen. Ze bestellen een glas melk met een glas water en ach… ‘laten we eens gek doen, een lekker broodje er bij’. Het duurt niet lang voordat de telefoontjes te voorschijn komen. De hipste termen vliegen over tafel, maar dan wel op een manier dat ik de indruk krijg dat ze niet echt precies weten waar ze het over hebben. Ik kan het niet helpen, ik moet even een blik over mijn schouder werpen. Ze hebben zoveel lol met elkaar, het werkt gewoon aanstekelijk. Ze hebben de modernste mobieltjes met felroze hoesjes en jawel; ze zijn selfies aan het maken. En een lol dat ze hebben! De één wil het op Facebook plaatsen en de ander wil het taggen. Ze komen er alleen nog niet helemaal uit hoe. Vier oude gerimpelde dames op een terrasje met onwijs veel plezier. En van een afstandje geniet ik mee…

In een andere wereld

De laatste dagen zwierf ik in het leven van een ander. Woonde ik in een andere omgeving, deelde andermans ervaringen en gedachtes. Na, voor mijn gevoel, een eindeloze tijd heb ik eindelijk een paar dagen achter elkaar vrij en kon ik eindelijk weer ruimte en tijd vrijmaken om in een boek te duiken. Wat heb ik dat gemist! Twee heb ik er gelezen. Heerlijk om uren achtereen te verdwijnen tussen woorden, zinnen, verhaallijnen. Vanmiddag had ik mijn tweede boek uit en het kostte moeite om los te komen uit het verhaal. Heerlijk, als iemand tot de laatste zin toe mij mee weet te trekken in zijn of haar eigen gecreëerde wereld. Kan er jaloers op worden, wat is het lang geleden dat ik zelf mijn eigen wereld creëerde met woorden.
Ik weet nog hoe het voelde en ik mis het.

Nog geen zin om de was te vouwen, wc’s te poetsen of andere oh zo nodige huishoudelijke taken besloot ik om nog even naar Het Goed te gaan, een kringloopwinkel hier in de stad. Al die oude spulletjes, het geurtje wat er hangt. Alsof je weer even duikt in andermans leven. Alles ligt er met een geschiedenis, alles ligt er met een reden. Ik kan er niks aan doen, vind het heerlijk om er rond te struinen. Allerlei prullaria wat me aan vroeger doet denken, of lijkt op iets wat mijn oude schoonmoeder of ooit eens bij mijn opa en oma in de kast stond. Herinneringen. K mag me er graag in wentelen. Toch apart om dan ook nog eens mensen uit het verleden tegen te komen, mensen die ooit eens veel voor me betekenden. Een verbaasde en blije begroeting, beiden toch doorlopen omdat we niet goed weten wat we zeggen moeten. Over herinneringen gesproken.

Ik moet nog even wat boodschapjes halen, rij door de wijk waar ik ooit eens gewoond heb, het ligt toch op de route. Ons eerste huisje, ons oude buurtje. Ik zie me nog zo lopen met de kinderwagen. Het voelt als een leven lang geleden. Eerst even naar een andere winkel. Op zoek naar een nieuw schrijfboekje om weer gehoor te kunnen geven aan de oude drang om te schrijven. Vanmorgen nog een boekje gewonnen via Facebook, eentje met als het goed is volop inspiratie om daar mee aan de slag te gaan. Wat een timing, ik werd er blij van! Alsof het zo moest zijn.
Ik neus wat bij de schriftjes, kan er geen vinden wat me past, en vang een gesprek op tussen de caissière en een klant. Ik ben niet zo van het gesprekken afluisteren, maar kon er niet langer omheen toen ze naar zijn adres vroeg en hij de straatnaam noemde van het huis waar ik het zojuist over had. ‘Huisnummer?’ vraagt de vrouw. ‘Twintig”, wordt er geantwoord. Niet te geloven, dat is precies ons oude huis! Weer een duik in de poel der herinneringen.

Op naar mijn huidige woning. Spulletjes met andermans verleden heb ik niet meegenomen, ik heb wel een paar gebruikte boeken op de bijrijdersstoel liggen. Ik ben blij met mijn aanwinsten. Het duurt niet lang meer of ik duik weer even in het leven van een ander.
Heerlijk, een paar dagen vrij hebben!