Wat gaat het snel…

Rommelen in een kastje met vergeten spullen en daar oude dagboeken tegenkomen. Wat je ook allemaal van plan was te doen, zodra  zo’n boekje wordt opengeslagen weet je dat er van je originele plan weinig meer terecht komt. 

“Zes weken oud is mijn kleine meisje alweer. Wat gaat het snel…” Vervolgens schrijfsels over slaaptijden, voedingen, eerste lachjes en gekke geluidjes. Ik was 23 jaar oud, had mijn baan opgegeven om fulltime moeder te zijn en genoot daar met volle teugen van. “Wat gaat het snel...” Ja, inderdaad. Die 6 weken zijn er inmiddels 798 geworden en nadien zijn er nog heel wat dagboeken vol gepend.

zwanger10“Heb je een baby in de buik?” vroeg een cliënt mij van t weekend. “Nee schat, dat zijn te veel oliebollen geweest”, terwijl ik wat rechterop ging staan en mijn buik inhield. Lukt bij mij nog. Bij mijn zus niet meer. Zij is wel zwanger. Zo leuk! Mijn kleine zusje wordt moeder. Ze was 16 jaar toen ze voor het eerst onze dochter in haar armen hield. Onze dochter is (bijna) 16 als hun kindje in haar armen ligt. “En als mijn zoon straks 16 is, houdt hij haar baby vast”, grapte ze. Hou toch op zeg… daar wil ik nog niet over nadenken. .

Een jongetje. Zus en vriend weten het sinds gisteren. Toen ze het vertelde plopte er gelijk een naam in mijn hoofd. Het zou wel erg toevallig zijn als het klopt.  Tja. Ik word weer tante. Echt niet voor de eerste keer, sterker nog, ik ben het al 16 keer. Maar dit eerste van mijn enige zus. Voelt toch net even wat anders. (sorry, lieve schoonzussen). Nog een paar weken geduld. Week of 16. Oh nee, iets meer.

 

Wie, ik?

Op vrijdag negeren dat je ziek bent en gewoon naar school gaan, examen doen, lessen volgen, dat lukt nog. Op zaterdag negeren dat je nog wat zieker bent en alsnog naar t werk gaan, dat lukt wat minder. Resoluut werd ik naar huis gestuurd door mijn lieve, zorgzame collega’s (vreselijk, je ziekmelden als je weet dat er een andere collega voor jouw uren op moet draaien…).

Inmiddels heb ik er al wat uurtje bankhangen opzitten. Aantal films gekeken, herhalingen van series, half in slaap, half uit verveling en ondertussen verwend worden door het thuisfront. Zo trekken de uren wel voorbij. Hangdag twee ging voorbij, hangdag drie in het verschiet. Om het onaangename toch met het nuttige te verenigen dacht ik dat ik mijn schoolwerk wel even bij kon werken. Laptopje op schoot, wederom half hangend op de bank en mijn kop alles behalve bij de overgang naar zelfsturende teams (Eindopdracht) of dingen wat zich op dit moment in de maatschappij afspelen op gebied van multicultureel bla bla, wat was de opdracht ook alweer? Uren verprutst en t heeft niks opgeleverd. Nope, dan maar vast bezig voor Sinterklaas. Nee, die hele zwartenpietendiscussie kan me gestolen worden, welke multiculturele opdracht ik ook mag hebben voor Burgerschap. Laat mij maar heerlijk verlanglijstjes maken. Gedichtjes verzinnen. Dat soort onzin. Geen surprises dit jaar, de rollende ogen van puberdochter zeiden meer dan genoeg. Waarschijnlijk moet ik mijn hoop op gedichtjes ook maar opgeven, kadootjes… verder geen gezeur. Goed, verlanglijstjes dus. Op dit moment gaat mijn verlangen niet heel veel verder dan naar een paracetamol en naar mijn diploma voor de opleiding zodat ik me überhaupt niet meer druk hoef te maken om die verslagen, maar dat past natuurlijk niet op zo’n wat-zal-ik-nu-eens-vragen-lijstje.

Op de achtergrond staat het journaal op, gevolgd door Een vandaag. Actie tegen Ebola, de ziekte waar nog steeds 100 mensen per week mee besmet worden. Ouderen die in ons land aan hun lot worden overgelaten omdat de hulp grotendeels van ze weggenomen wordt. Het zijn geen nieuwe berichten en helaas ook niet de enige nare berichten, maar vandaag komt het toch wat meer binnen dan andere keren. Zit ik mij daar rustig over te geven aan een griepje, ben ik heel luxe een verlanglijstje aan het maken terwijl ik al veel te veel spullen heb. Ja, ik weet wel dat ik overvallen wordt door misplaatst schuldgevoel. Sinterklaas overslaan maakt geen verschil in de ellende van deze wereld. Zelfs niet als we ons voor de sint gereserveerde centjes overmaken naar een of ander goed doel. Al is dat laatste best een nobel idee. Of zal dat alleen maar afkopen van schuldgevoelens zijn? En nu ik er over nadenk, ik laat ook genoeg mensen aan hun lot over door vooral druk te zijn met mijn eigen dingetjes, terwijl ik best vaker kan langskomen. Helpen. Aandacht geven. Wat dan ook.

Wat is dat toch met schuldgevoelens over te weinig doen, te veel laten. Maar genieten van wat je hebt moet ook, anders waardeer je je zegeningen niet. Ik moet niks, ik mag van alles, ik ben aan niemand verantwoording schuldig. Is dat zo? Ik weet het niet, ik voel weer hoofdpijn opkomen. Is niet zo, maar doen alsof maakt het soms wat makkelijker. Kop in t zand. Wat ik niet zie, dat is er niet. Ik sluit mijn ogen maar weer voor al die dingen waar ik anders weer te kort in schiet. Laat mij maar rustig mijn leventje leiden. Oogjes dicht en snaveltjes toe. Veel te ingewikkeld om over na te denken. Maar ja, zo werkt dat natuurlijk ook weer niet…

do_nothing

 

Sommetje

Een rekensommetje

Een lesblok bestaat uit 10 weken. De opleiding bestaat uit 2 blokken – 7 wk vakantie – 4 blokken – 7 wk vakantie – 2 blokken. In blok 1 krijgt Yvonne rekenles (waar ze overigens verschrikkelijk hekel aan heeft). In blok 8 vindt het examen rekenen plaats. Het examen telt niet mee voor het diploma. Slechts min. 20 min aanwezig zijn is verplicht. Hoe groot is de kans dat Yvonne het examen voor gaat bereiden?

image

Verklaar me voor gek maar de kans is nog redelijk groot aanwezig dat ik van de week toch nog mijn boek erbij pak ook. Zit ik daar straks voor dat beeldscherm met een groot vraagteken in mijn hoofd. Klok wat langzaam aftelt recht tegenover me. De eerste paar vragen zullen wel gaan, maar dan…. Zweet breekt me uit, hartkloppingen.
Bonkende woorden die zich in mijn hoofd herhalen: ‘Ik kan het niet, ik kan het niet…’

Best irritant als je alles wat je doet ook echt goed wilt doen. Ook als dat toch geen zin heeft. Gewoon je naam invullen, minstens 20 minuten wachten en er weer vandoor gaan. Er zijn er zat die dat zo gaan doen vrijdag. Waarom kan ik dat niet? Ik maak me een week van te voren al druk. Daar ben ik wel heel goed in; druk maken om niets. Nee. Dit keer ga ik het anders doen, sprak zij dapper. Stap uit je comfortzone;  falen mag! Slik. Even oefenen nog, deze zin. Ik geloof mijzelf nog niet zo. Ik denk dat bovenstaande vraag nog even blijft staan: Hoe groot is de kans….?

Follow my blog with Bloglovin

Zomerregen

Daar lig ik, achterin onze pas opgeknapte tuin, languit op mijn luie stoel. Handen achter mijn hoofd, mijn benen licht gebogen. Vanaf die plek kan ik de dreigende, donkere wolken het beste aan zien komen. Prachtig. Ze pakken samen, schuiven langzaam dichterbij, veranderen bij de minuut. Mijn lijf nog wat bezweet van de warmte. Het is drukkend. Loom gevoeld als een warme deken om mij heen.
Ik kijk naar de wolken, kijk alleen maar omhoog en mijn gedachten gaan zwerven. Denken aan wat was, wat is, wat komt. Ik wacht op de eerste regendruppels. Het duurt langer dan ik dacht. Geeft niet, laat mij maar heerlijk liggen hier.
De eerste druppels vallen. Langzaam, één voor één. Getik om mij heen, dikke druppels op mijn blote benen, mijn armen, mijn hals. Met een holle plons midden in mijn koffiebeker. Laat het maar komen. Wat is dit zwaar genieten.
De stemmen die ik twee tellen eerder nog uit naburige tuinen hoorde zijn verstomd. Ik ben alleen, zelfs de poes houdt het voor gezien en vlucht naar binnen. Het regent steeds harder en nog kan ik mij er niet toe zetten om op te staan. Regendruppels, groot en steeds meer. Het word me uiteindelijk toch iets te gek. Toch maar naar binnen. Langzaam, geen haast. Het leven is de laatste tijd al veel te gehaast geweest. Midden in de tuin blijf ik nog even staan, kijk naar boven, laat me nat regenen. Oh, wat hou ik van een zomerse regenbui na een drukkend warme dag.

Met mijzelf

Een kaiserbroodje, een croissant en een hardgekookt ei. Zo eentje waarvan het witte velletje onder de schil zich nauwelijks gewonnen geeft, ik heb er wel 5 minuten mee zitten te pielen. Een ontbijtje bij Ikea, helemaal in mijn uppie.
Dat had ik een jaar of wat geleden toch echt niet gedaan. Wat zullen de mensen wel denken? Nou boeit mij dat de laatste tijd gelukkig steeds minder. Ik weet niet wat ze denken, ik schiet er ook niks mee op.

Een kennisje van vroeger deed het met regelmaat. Nee, niet perse het ontbijtje bij Ikea, maar wel met zichzelf op stap. Een filmpje pakken in de bioscoop, een weekendje Londen. Een gezellige, getrouwde vrouw met kindjes, uitgebreide kennissen- en vriendenkring. Heel open, heel sociaal mens. Ze deed het gewoon als ze er zin in had. Ik vond het een beetje raar, zoiets doe je toch niet. Maar ergens was ik ook wel weer jaloers. Zij genoot wel intens van haar leven, deed waar ze zin in had, los van wat iedereen er ook maar van mocht denken. Geweldig.
Ik ga niet gelijk een weekend naar Londen, maar geniet wel van mijn ontbijtje alleen bij Ikea. Het is smoordruk. Echt niemand zit alleen. Vriendinnen, gezinnetjes en heel erg veel stelletjes. Slechts een man zit alleen. Maar halverwege mijn kopje koffie schuift daar ook een vrouw, balancerend met het dienblad en een kindje op de arm, bij hem aan tafel.

Mensen observeren, heerlijk. Ik kijk hoe ze kijken, hoe ze praten.
Of juist niet praten. Wat verveeld langs elkaar heen zitten te kijken. Niemand ziet mij, iedereen is druk in zijn eigen wereldje. Zoveel wereldjes bij elkaar op een paar vierkante meters. En straks denderen we massaal hetzelfde overbekende warenhuis in. He, gezellig.

Tijd

Het leven is vol, het leven is druk. Altijd bezig zijn met dat wat nog moet gebeuren, nauwelijks de tijd nemen om dat wat je doet bewust te doen. Je zou bijna vergeten te genieten. Bijna?

Haast. Haastig op weg naar het volgende zonder dat wat voor me ligt echt gedaan te hebben. Ik kan geen enkel voordeel bedenken dat ik ooit heb behaald door gehaast zijn. Maar wel duizend dingen die ik kapot gemaakt heb, gemist heb, tienduizend, als gevolg van al dat hollen en vliegen… Door al die haast dat ik dat ik tijd inhaalde. Maar wat ik deed was tijd weggooien.

Dit stukje las ik vanmorgen en ik wist het: ik doe het weer….
Of het nu op het werk is, hier thuis of voor mijn studie; ik lijk altijd haast te hebben en achter de feiten aan te lopen. Je zou toch denken dat ik als christen tijd over heb, ik leef immers in de eeuwigheid. Ik verlang niet naar meer tijd. Ik verlang naar genoeg tijd. Maar op de een of andere manier kom ik altijd wat te kort.
Nee, dat is ook niet helemaal waar. Er zijn momenten dat de tijd tijdloos wordt, de drukte van de wereld verdwijnt en ik heel intens kan genieten van het moment zelf. Het zijn die momenten dat het leven vol is terwijl ik niets anders doe dan stil staan met open handen, een leeg hoofd en een warm hart. Geluk ervaren. Dankbaar zijn.
Soms moet je tijd nemen. Tijd maken.
En op de een of andere manier komt al het andere werk uiteindelijk ook wel af, is mijn ervaring.

Genieten is ook een kado van God. Eentje die ik wel eens vergeet aan te nemen en uit te pakken. En jij?

Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven. ~Prediker 9:9

Attraversiamo

Een stel nieuw gevonden vrienden, samen aan een bistro tafeltje in het zonovergoten Rome. Tijd is geen issue, taal wel. Zij leren haar Italiaans, zij leert hen Amerikaans. Nieuwe woorden worden geleerd, geproefd, gesproken. Glaasje vino op tafel, naast een of ander overheerlijke Italiaanse lunch. De kunst van het genieten wordt daar overvloedig beoefend: Il dolce far niente / the sweetness of doing nothing – iets waar ik mijzelf nog wel even stevig in mag trainen.

Het is een scene uit een boek wat ik een poos geleden gelezen heb.
“Iedere stad heeft zijn eigen woord” gaat het gesprek verder. Ze stoeien met ideeen en strooien wat met suggesties.
“Wat is jouw eigen woord?” Het gesprek wordt persoonlijker. Zijn woord; ik heb echt geen idee meer. Misschien stond het niet eens in het boek, het verhaal ging immers over haar. Ik kan me wel herinneren dat de rest van het boek een zoektocht naar haar woord was. Naar dat en zoveel meer. Terwijl de puzzelstukjes van haar leven langzamerhand op de juiste plek lijken te vallen vindt ze haar eigen woord: Attraversiamo – Laten we oversteken. Klinkt vaag, zo solo, ik weet het, maar met het verhaal op de achtergrond is het volstrekt logisch.

Ik vind het maar een idioot idee; je eigen woord zoeken. Slaat echt nergens op. Waarom oh waarom is nou juist die vraag uit dat boek, wat ik al weken geleden gelezen heb (en nog niet eens helemaal moet ik bekennen, want op het laatst heb ik complete hoofdstukken overgeslagen), mij bijgebleven?!? Waarom betrap ik mij er wel eens op een woord te proeven, ervaren of het bij mij past? Er zijn best al wat woorden gewikt, gewogen en te licht bevonden. Je zou haast denken dat het woord ‘ontevreden’ mijn woord zou zijn, maar nee.. als er al een woord zou zijn, dan toch graag een iets positievere.

Een zoektocht naar een woord, het is te belachelijk voor woorden. Een bepaald lied of muziekstuk, ja.. dat heb ik wel met grote regelmaat. Zo een die precies je gevoel en emotie op dat moment of zelfs fase in je leven weer kan geven. Maar een woord… nee, dat niet.
Of toch wel?
openb
Op een plank in mijn kamer ligt een wit steentje. Kadootje van mijn man, na aanleiding van iets. Hij had er iets opgeschilderd: Opb 2:17

“Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.”

Ergens heb ik een eigen woord, een nieuwe naam. Ik weet het nog niet, maar krijg het straks wel. Uit Zijn hand. Ik begrijp niet wat het precies betekend of waarom dat zo is, maar het intrigeert me wel. Een nieuwe naam die niemand kent behalve Hij en ik… Welk woord vindt Hij bij mij passen? En waarom?
Ik heb werkelijk geen idee, maar het maakt me wel erg nieuwsgierig.

Hersenspinsels met spaghettisaus

“Hoe gaat het met je?”
“Goed.”
“En hoe ziet ‘goed’ er voor jou uit?”

“Vertel, hoe gaat het?”
“Nou, gaat wel…”
“En wat bedoel je daar precies mee?”

Zo begint ongeveer elk eerste lesuur van mijn schooldag. De laatste tijd heb ik nogal wat aan mijn hoofd. In ieder geval vier grote thema’s wat behoorlijk mijn gedachten domineert, impact heeft en hoe dan ook gevolgen zal hebben. Dat past natuurlijk niet allemaal tegelijkertijd. Mijn SLB’er (studie loopbaan begeleider) hielp mij het visualiseren. Hij stelde een enorme berg voor en zei:
“Je kunt je door die berg laten verlammen of overweldigen. Je kan ook beginnen door die berg op te klimmen en stapje voor stapje te dealen met dat wat je bezig houdt.” Nou stel ik mijn hersenen, en met name het gangenstelsel vol gedachtekronkels, op dit moment voor als spaghetti. De gekookte versie. Harrie-in-de-warrie, al kronkelend en een grote massa.
Dus, plaatjes denkend mens als ik ben zag ik gelijk een enorme berg spaghetti voor mij wat ik zou moeten beklimmen. Gelukkig zonder saus.
Tenminste, totdat ik gisteren wat heen en weer appte met een vriendin. Ik vertelde haar dat ik, ondanks alle drukte en spanning, mij eigenlijk nog wel aardig goed voelde. Nog geen half jaar geleden zou ik ondertussen compleet koekkoek zijn geworden. Dit patroon zie ik met enige regelmaat terug in mijn leven, vandaar mijn verbazing.
Reactie van mijn vriendin: “Klinkt als spaghetti met een goed sausje!”
Ik zie nog steeds een enorme berg spaghetti voor mij die ik beklimmen moet, maar vanaf nu dus met saus.

Het gesprek op school ontvouwde zich verder.
“Wat doe jij om je te ontspannen, te ontladen?” De antwoorden van mijn klasgenoten varieerden van mountainbiken via chocola eten tot vet stappen in het weekend. Ik kon zo spontaan niet eens een antwoord bedenken. Op een avond volleyballen in de week na kom ik niet meer toe aan mijn hobby’s. Domweg geen tijd voor, of geen rust in t gat.
Maar later wist ik het wel weer: Schrijven natuurlijk! En bidden.
Omdat ik tegenwoordig meer een soort van multi-disciplinair overleg in mijn hoofd lijk te hebben dan solo-gedachtes, bid ik voornamelijk met muziek. Meezingen, -denken, dansen om mooie gospel, praise, worship, reli-rock of welk naamkaartje je er maar op wilt plakken.
Dus, vanmorgen schrijf ik weer eens een sullig stukje en luister naar prachtige nummers van Gungor om mij vervolgens straks weer op een enorm verslag te storten.

En jij? Hoe deal jij met stress?

Over herdenken, vieren, delen en dienen…

Zoals zo vaak word ik een paar minuten voor de wekker wakker. Met mijn ogen nog even gesloten om de nacht wat langer te rekken hoor ik een specht, wat duiven, veel merels en vast nog veel meer vogels die ik zo direct niet herken.
Ze fluiten van vrijheid. Het is bevrijdingsdag.
Gisteravond, ruim voor 20.00 uur. We zitten voor de buis; 1700 mensen op de dam, een kersvers koningspaar. Een handjevol oude mensen, mensen van toen. Ieder jaar weer wat minder. Wat zal het anders zijn als zij er niet meer zijn; de mensen die het meemaakten, het zelf nog kunnen navertellen en doorgeven.
Ik kijk naar onze dochter die dit jaar met iets minder overredingskracht op tijd bij ons is komen zitten en woorden als “saai” en “moet dat” zijn niet eens gevallen. De trompet klinkt. Twee minuten stilte. Ik zie voormalig commandant der strijdkrachten Peter van Uhm en hoor zijn toespraak. Het raakt me, zijn woorden maken diepe indruk.

“…miljoenen mensen is ’n keuze ontnomen.
Jij hebt wel een keuze.
Wat ga jij doen met je leven?
Wat ga jij doen om de wereld beter te maken?’’
Ik besloot te dienen.
Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘ik’.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘zij’. Wie dient, denkt ook in ‘wij’….”

Mijn dochter plukt wat aan haar korte broekje en maakt een opmerking dat ze blij is met haar nieuwe kleren.
“Dit wordt vast mijn favoriet!” Ik glimlach, voel me wat deemoedig omdat de zwaarte van 4 mei aan haar niet zo lijkt te kleven als het van kinds af aan bij mij heeft gedaan. Ik glimlach omdat ik blij en dankbaar ben dat zij zich alleen maar druk hoeft te maken om kleren, make-up en andere kleine dingetjes.
In tegenstelling tot zoveel kinderen toen. In tegenstelling tot zoveel kinderen nu.

Ik word wakker met de fluitende vogels op de achtergrond en denk voor het eerst in jaren aan mijn opa en oma. Hij was het die het mij vertelde, zij was het die het mij liet zien: de etensbonnen, de persoonsbewijzen. Ik mis ze en zou zo graag willen dat ik weer heel eventjes bij ze op bezoek kon. Horen hoe ze mijn dochter hun verhaal vertellen, de overgebleven tastbare herinneringen laten zien. Ze zijn al lang geleden overleden, ze hebben elkaar zelfs nog nooit ontmoet. Vandaag gaan we naar mijn dochters oma. Zal ze vragen? Zal zij vertellen?

Het is vandaag zondag, we mogen vieren dat we vrij zijn. Wat gaan we doen met die vrijheid, wat gaan we kiezen om te doen met onze tijd. Vandaag vieren we dat we vrij zijn, geniet van dat geschenk!

Droombaan

Afgelopen vrijdag. De allereerste toets zit er op; ontwikkelingspsychologie.
Buiten in het zonnetje verzamelen de klasgenoten die klaar zijn. Wat viel het tegen om na al die jaren weer te leren! Maar we hebben het gered (gaan we maar even van uit) en opluchting heerst. Voor de rest van de dag staat er een werkbezoek gepland. We gaan met ons allen naar de leerplek van een klasgenoot. Het voelt als een klasse uitje.
We komen aan bij een werkelijk schitterend mooi landgoed in de prachtige Twentse natuur. Een bevlogen vrouw verteld over haar visie, haar verlangen, haar motivatie. Het werkt aanstekelijk. Ze heeft dan ook echt iets mooi neergezet. Middenin de natuur vinden kinderen, jongeren en volwassenen met verschillende achtergronden een veilige plek waar ze kunnen werken en leren. Ontmoeting met mens en natuur staat hier voorop. Het is toch geweldig om zo je werk te mogen doen. Klasgenoot F. komt uit de bouwwereld en kan daar zijn talenten op een geweldige manier kwijt. Je ziet aan hem dat hij er van geniet, zijn ogen lichten op als hij het er over heeft. Heerlijk lijkt me dat, als je zo van je hobby je werk kunt maken en je werk als je hobby is.

Echt doen waar je goed in bent, van daaruit kunnen delen. Wie wordt daar niet blij van?! Ik ben er nog steeds niet helemaal achter wat dat voor mij is.
Waar ben ik nu goed in en wat past nu echt bij mij? Ik doe nu natuurlijk niet voor niets deze opleiding, maar dat ik nu helemaal helder heb van: ‘Daar zit ik echt op mijn plekje’, nee… dat kan ik niet zeggen. Toch hoop ik in de loop van deze opleiding te ontdekken waar nu echt mijn kracht ligt, waar ik kan groeien en bloeien door te delen.
Mijn man, die iets minder dromerig – zeg maar gerust behoorlijk nuchter – in het leven staat zet mij wel eens weer met beide voeten op de aarde. Van je hobby je werk maken is niet voor iedereen weggelegd. Voor velen is een baan gewoon een baan die je al dan niet met veel plezier doet. Gesproken door een man die al meermalen zijn baan heeft verloren en werkeloos thuis moest zitten, dus ik kan mij daar ook wel in verplaatsen. Je mag tegenwoordig blij zijn dat je überhaupt een baan hebt. En toch… Ben ik dan zo idealistisch om te hopen op een plek die speciaal voor mij bedoeld is? Waarvan ik voel: Ja, hier heeft God mij neergezet, hier komen mijn gaven, mijn talenten het meest tot zijn recht..?!
Voor Hem, voor mijn naaste, voor mijzelf?!
Even voor de duidelijkheid: ik doel nu niet perse op een betaalde functie, maar prettig zou dat wel zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik ben dankbaar dat ik een baan heb en dat werk doe ik echt niet met tegenzin, ik hoop niet dat ik die indruk achter laat! Ik ga echt nog steeds met plezier naar mijn werk . Maar ik kan daar niet alles in kwijt wat ik zou willen.

Hoeveel mensen ervaren dat eigenlijk, dat ze echt werk doen waarvoor ze bedoeld zijn?!? En hoe is dat dan?