Wie, ik?

Op vrijdag negeren dat je ziek bent en gewoon naar school gaan, examen doen, lessen volgen, dat lukt nog. Op zaterdag negeren dat je nog wat zieker bent en alsnog naar t werk gaan, dat lukt wat minder. Resoluut werd ik naar huis gestuurd door mijn lieve, zorgzame collega’s (vreselijk, je ziekmelden als je weet dat er een andere collega voor jouw uren op moet draaien…).

Inmiddels heb ik er al wat uurtje bankhangen opzitten. Aantal films gekeken, herhalingen van series, half in slaap, half uit verveling en ondertussen verwend worden door het thuisfront. Zo trekken de uren wel voorbij. Hangdag twee ging voorbij, hangdag drie in het verschiet. Om het onaangename toch met het nuttige te verenigen dacht ik dat ik mijn schoolwerk wel even bij kon werken. Laptopje op schoot, wederom half hangend op de bank en mijn kop alles behalve bij de overgang naar zelfsturende teams (Eindopdracht) of dingen wat zich op dit moment in de maatschappij afspelen op gebied van multicultureel bla bla, wat was de opdracht ook alweer? Uren verprutst en t heeft niks opgeleverd. Nope, dan maar vast bezig voor Sinterklaas. Nee, die hele zwartenpietendiscussie kan me gestolen worden, welke multiculturele opdracht ik ook mag hebben voor Burgerschap. Laat mij maar heerlijk verlanglijstjes maken. Gedichtjes verzinnen. Dat soort onzin. Geen surprises dit jaar, de rollende ogen van puberdochter zeiden meer dan genoeg. Waarschijnlijk moet ik mijn hoop op gedichtjes ook maar opgeven, kadootjes… verder geen gezeur. Goed, verlanglijstjes dus. Op dit moment gaat mijn verlangen niet heel veel verder dan naar een paracetamol en naar mijn diploma voor de opleiding zodat ik me überhaupt niet meer druk hoef te maken om die verslagen, maar dat past natuurlijk niet op zo’n wat-zal-ik-nu-eens-vragen-lijstje.

Op de achtergrond staat het journaal op, gevolgd door Een vandaag. Actie tegen Ebola, de ziekte waar nog steeds 100 mensen per week mee besmet worden. Ouderen die in ons land aan hun lot worden overgelaten omdat de hulp grotendeels van ze weggenomen wordt. Het zijn geen nieuwe berichten en helaas ook niet de enige nare berichten, maar vandaag komt het toch wat meer binnen dan andere keren. Zit ik mij daar rustig over te geven aan een griepje, ben ik heel luxe een verlanglijstje aan het maken terwijl ik al veel te veel spullen heb. Ja, ik weet wel dat ik overvallen wordt door misplaatst schuldgevoel. Sinterklaas overslaan maakt geen verschil in de ellende van deze wereld. Zelfs niet als we ons voor de sint gereserveerde centjes overmaken naar een of ander goed doel. Al is dat laatste best een nobel idee. Of zal dat alleen maar afkopen van schuldgevoelens zijn? En nu ik er over nadenk, ik laat ook genoeg mensen aan hun lot over door vooral druk te zijn met mijn eigen dingetjes, terwijl ik best vaker kan langskomen. Helpen. Aandacht geven. Wat dan ook.

Wat is dat toch met schuldgevoelens over te weinig doen, te veel laten. Maar genieten van wat je hebt moet ook, anders waardeer je je zegeningen niet. Ik moet niks, ik mag van alles, ik ben aan niemand verantwoording schuldig. Is dat zo? Ik weet het niet, ik voel weer hoofdpijn opkomen. Is niet zo, maar doen alsof maakt het soms wat makkelijker. Kop in t zand. Wat ik niet zie, dat is er niet. Ik sluit mijn ogen maar weer voor al die dingen waar ik anders weer te kort in schiet. Laat mij maar rustig mijn leventje leiden. Oogjes dicht en snaveltjes toe. Veel te ingewikkeld om over na te denken. Maar ja, zo werkt dat natuurlijk ook weer niet…

do_nothing

 

Sommetje

Een rekensommetje

Een lesblok bestaat uit 10 weken. De opleiding bestaat uit 2 blokken – 7 wk vakantie – 4 blokken – 7 wk vakantie – 2 blokken. In blok 1 krijgt Yvonne rekenles (waar ze overigens verschrikkelijk hekel aan heeft). In blok 8 vindt het examen rekenen plaats. Het examen telt niet mee voor het diploma. Slechts min. 20 min aanwezig zijn is verplicht. Hoe groot is de kans dat Yvonne het examen voor gaat bereiden?

image

Verklaar me voor gek maar de kans is nog redelijk groot aanwezig dat ik van de week toch nog mijn boek erbij pak ook. Zit ik daar straks voor dat beeldscherm met een groot vraagteken in mijn hoofd. Klok wat langzaam aftelt recht tegenover me. De eerste paar vragen zullen wel gaan, maar dan…. Zweet breekt me uit, hartkloppingen.
Bonkende woorden die zich in mijn hoofd herhalen: ‘Ik kan het niet, ik kan het niet…’

Best irritant als je alles wat je doet ook echt goed wilt doen. Ook als dat toch geen zin heeft. Gewoon je naam invullen, minstens 20 minuten wachten en er weer vandoor gaan. Er zijn er zat die dat zo gaan doen vrijdag. Waarom kan ik dat niet? Ik maak me een week van te voren al druk. Daar ben ik wel heel goed in; druk maken om niets. Nee. Dit keer ga ik het anders doen, sprak zij dapper. Stap uit je comfortzone;  falen mag! Slik. Even oefenen nog, deze zin. Ik geloof mijzelf nog niet zo. Ik denk dat bovenstaande vraag nog even blijft staan: Hoe groot is de kans….?

Follow my blog with Bloglovin

Daar heb je wat aan…

Er brandt een lampje in mijn auto. Ik houd niet van brandende lampjes op plekken waar dat niet zou moeten. Om heel eerlijk te zijn weet ik niet eens of ik het vandaag voor het eerst zie of dat mijn natuurlijke reactie was dat ik het wel eerder gezien had, maar niet registreerde. Zo van; zie ik het probleem niet, is er geen probleem. Dan gaat het vast vanzelf wel over. Mijn auto denkt daar anders over. Het begint licht te protesteren door wat minder soepeltjes te lopen, wat na een poosje overgaat in dreigen met afslaan. Ok, ok. Ik snap de hint. Probleem geregistreerd en bijgeschreven op het lijstje met actiepunten.

Snel naar huis dan maar. Paar straten verderop rij ik weer terug om mijn bijna vergeten dochter alsnog van school op te halen (oeps). Toch vertederend hoe dochterlief mij enigszins moed inpraat als dat lampje-wat-niet-hoort-te-branden ook nog eens begint te knipperen.
“Rustig maar mama, het komt allemaal goed.” Om mij vervolgens vierkant uit te lachen als ik nog verder in de stress schiet als de auto ook nog eens andere vreemde kuren begint te krijgen.
“Oh mam kijk, allemaal rook!”
“He, wat, waar, nee he..”
“Grapje…!”
Fijn, heel fijn. Schattig. Leuk van je. Ze komt niet meer bij van het lachen.
“Om de spanning een beetje te breken”, zegt ze dan ook nog met een grote grijns. Ondertussen knippert het lampje dan weer wel, dan weer niet, rijdt de auto zoals het hoort, dan weer niet. Ik vertrouw het voor geen meter. Ik zie me al midden op een druk kruispunt stilstaan, of op de rondweg waar geen andere auto meer langs zou kunnen. Dochterlief doet er nog een schepje bovenop en bedenkt al plekken waar we het beste zouden kunnen stranden wil de verkeerschaos op zijn best zijn. Mijn steun en toeverlaat…

Eindelijk rijden we onze wijk in. Nog maar een paar straten en ja; we hebben het gehaald. Bij thuiskomst het auto boekje er maar bij gepakt.
“Indien lampje knippert, bel direct de garage.” Het blijkt het lampje van de motor te zijn. Ik voel mijn portemonnee al jeuken. Vanmiddag nog maar eens de halve stad door rijden en hopen dat ik ook daar ongeschonden aankom.
Ik denk dat ik dochter maar thuis laat.