Boos

Een gratis versie van de Eva Magazine valt op de deurmat. Het zonnetje schijnt heerlijk en languit op de ligstoel pak ik even een momentje voor mijzelf. Mijn oog valt al snel op een artikel over moeiten rondom zwangerschappen en ik lees een vertrouwd verhaal, verteld door een ander. Wel spontaan een eerste kindje, maar de tweede zwangerschap blijft uit. Ook zij onderging diverse IUI pogingen en tot haar blijdschap bleek ze zwanger bij de vijfde poging.

Het is een van de laatste zinnen die me door mijn hart snijdt.
“Eindelijk zijn we een gezin.” Ik smijt het blad aan de kant. Verder lezen hoeft van mij niet meer. Jaren lang heb ik er verdriet van gehad. Vond ik ons geen gezin maar een stel met een kind. Wij hebben tig onderzoeken gehad, diverse dingen moeten proberen en hebben zes IUI behandelingen gehad. De laatste poging was een verschrikking door een walgelijke, kille, afstandelijke verpleegkundige die me eerst dik 10 minuten bloot en wijdbeens op zo’n genante stoel laat liggen terwijl ze rustig staat te beppen aan de telefoon. Om vervolgens met de inseminatiespuit in haar hand meewarig de vraag stelt of we dit wel door willen zetten.
“Eigenlijk heeft het toch geen zin, gezien de slechte kwaliteit.” Compleet gedesillusioneerd zijn we het ziekenhuis uitgelopen.

We zijn ondertussen jaren verder, Inge is bijna 15 jaar. Het gemis gaat nooit helemaal weg maar het heeft een plek gekregen. Ik heb al lang geleden geleerd om me niets aan te trekken van zoveel domme, nikszeggende en vaak goedbedoelde woorden die precies het tegenovergestelde effect hebben. Het komt vaker voor dan je denkt. En nu lees ik in dat blad over iemand die door hetzelfde gegaan is, en zij verteld me dat ik geen gezin heb? Dus toch ‘alleen maar’ een stel met een kind? Ik zou me dit ook niet zo aan moeten trekken, maar voor even ben ik boos.
Het blad ligt inmiddels verder ongelezen in de oud papierbak.

Advertenties

Zo mooi, zo mooi

Gewoon vol blijven houden dat je vakantie hebt tussen de werkdagen door. Dochter heeft dat in ieder geval nog wel. De zon blijft onverminderd schijnen, het temperatuurtje is prima; wij gaan een dagje op stap. Haar ik-hoef-lekker-niks-vakantiekapsel (borstel, hoezo borstel, hup in een knotje is net zo makkelijk) wordt een strak gestylde coupe. (Oooh haar mooie krullen, er zijn maar weinig mensen die weten hoe mooi haar haar over haar rug kan golven…) Haar trainings- of pyamabroek verwisseld voor een vlot zomers rokje. Eyeliner strak, mascara voor vollere wimpers en een tasje aan haar arm; we zijn er klaar voor.

De terrasjes zitten vol, de plaatselijke dorpsgek zingt al dansend een vrolijk liedje op het marktplein en boven de slenterende mensen zijn de straten versierd met kleurige paraplu’s. Hè, wat een gezelligheid.

Zoals zo vaak werp ik een blik op mijn dochter. Ik heb echt de mooiste dochter van de hele wereld. Ik weet het, geen enkele moeder of vader zal het met me eens zijn, maar het is echt waar. En dat ik haar zo’n prachtige meid vind is één ding, maar waar ik na een paar jaar nog steeds niet aan kan wennen is dat er geregeld een jongmens haar te lang aan blijft staren of zelfs na kijkt. Raar gevoel hoor; aan de ene kant supertrots zijn en aan de andere hem wel een draai om z’n oren willen geven. Niet te geloven dat mijn kleine, blonde, eigenwijze meisje met heerlijk dikke knijpwangetjes ineens rondloopt als een prachtige jonge vrouw. Overigens nog steeds eigenwijs.

Oh, ik hoop maar dat ze dit niet leest. Niks gênanter dan een pochende moeder – op internet notabene! Een regelrechte verschrikking als je bijna 15 bent.
Rollende ogen, boze blik en een diepe zucht.
Ai.
Sorry dochter…