Zomerregen

Daar lig ik, achterin onze pas opgeknapte tuin, languit op mijn luie stoel. Handen achter mijn hoofd, mijn benen licht gebogen. Vanaf die plek kan ik de dreigende, donkere wolken het beste aan zien komen. Prachtig. Ze pakken samen, schuiven langzaam dichterbij, veranderen bij de minuut. Mijn lijf nog wat bezweet van de warmte. Het is drukkend. Loom gevoeld als een warme deken om mij heen.
Ik kijk naar de wolken, kijk alleen maar omhoog en mijn gedachten gaan zwerven. Denken aan wat was, wat is, wat komt. Ik wacht op de eerste regendruppels. Het duurt langer dan ik dacht. Geeft niet, laat mij maar heerlijk liggen hier.
De eerste druppels vallen. Langzaam, één voor één. Getik om mij heen, dikke druppels op mijn blote benen, mijn armen, mijn hals. Met een holle plons midden in mijn koffiebeker. Laat het maar komen. Wat is dit zwaar genieten.
De stemmen die ik twee tellen eerder nog uit naburige tuinen hoorde zijn verstomd. Ik ben alleen, zelfs de poes houdt het voor gezien en vlucht naar binnen. Het regent steeds harder en nog kan ik mij er niet toe zetten om op te staan. Regendruppels, groot en steeds meer. Het word me uiteindelijk toch iets te gek. Toch maar naar binnen. Langzaam, geen haast. Het leven is de laatste tijd al veel te gehaast geweest. Midden in de tuin blijf ik nog even staan, kijk naar boven, laat me nat regenen. Oh, wat hou ik van een zomerse regenbui na een drukkend warme dag.