Droombaan

Afgelopen vrijdag. De allereerste toets zit er op; ontwikkelingspsychologie.
Buiten in het zonnetje verzamelen de klasgenoten die klaar zijn. Wat viel het tegen om na al die jaren weer te leren! Maar we hebben het gered (gaan we maar even van uit) en opluchting heerst. Voor de rest van de dag staat er een werkbezoek gepland. We gaan met ons allen naar de leerplek van een klasgenoot. Het voelt als een klasse uitje.
We komen aan bij een werkelijk schitterend mooi landgoed in de prachtige Twentse natuur. Een bevlogen vrouw verteld over haar visie, haar verlangen, haar motivatie. Het werkt aanstekelijk. Ze heeft dan ook echt iets mooi neergezet. Middenin de natuur vinden kinderen, jongeren en volwassenen met verschillende achtergronden een veilige plek waar ze kunnen werken en leren. Ontmoeting met mens en natuur staat hier voorop. Het is toch geweldig om zo je werk te mogen doen. Klasgenoot F. komt uit de bouwwereld en kan daar zijn talenten op een geweldige manier kwijt. Je ziet aan hem dat hij er van geniet, zijn ogen lichten op als hij het er over heeft. Heerlijk lijkt me dat, als je zo van je hobby je werk kunt maken en je werk als je hobby is.

Echt doen waar je goed in bent, van daaruit kunnen delen. Wie wordt daar niet blij van?! Ik ben er nog steeds niet helemaal achter wat dat voor mij is.
Waar ben ik nu goed in en wat past nu echt bij mij? Ik doe nu natuurlijk niet voor niets deze opleiding, maar dat ik nu helemaal helder heb van: ‘Daar zit ik echt op mijn plekje’, nee… dat kan ik niet zeggen. Toch hoop ik in de loop van deze opleiding te ontdekken waar nu echt mijn kracht ligt, waar ik kan groeien en bloeien door te delen.
Mijn man, die iets minder dromerig – zeg maar gerust behoorlijk nuchter – in het leven staat zet mij wel eens weer met beide voeten op de aarde. Van je hobby je werk maken is niet voor iedereen weggelegd. Voor velen is een baan gewoon een baan die je al dan niet met veel plezier doet. Gesproken door een man die al meermalen zijn baan heeft verloren en werkeloos thuis moest zitten, dus ik kan mij daar ook wel in verplaatsen. Je mag tegenwoordig blij zijn dat je überhaupt een baan hebt. En toch… Ben ik dan zo idealistisch om te hopen op een plek die speciaal voor mij bedoeld is? Waarvan ik voel: Ja, hier heeft God mij neergezet, hier komen mijn gaven, mijn talenten het meest tot zijn recht..?!
Voor Hem, voor mijn naaste, voor mijzelf?!
Even voor de duidelijkheid: ik doel nu niet perse op een betaalde functie, maar prettig zou dat wel zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik ben dankbaar dat ik een baan heb en dat werk doe ik echt niet met tegenzin, ik hoop niet dat ik die indruk achter laat! Ik ga echt nog steeds met plezier naar mijn werk . Maar ik kan daar niet alles in kwijt wat ik zou willen.

Hoeveel mensen ervaren dat eigenlijk, dat ze echt werk doen waarvoor ze bedoeld zijn?!? En hoe is dat dan?

Advertenties

Koud hol

Ik loop naar de parkeerplaats. Het is donker. Snelle voetstappen achter mij. Niet veel later naast mij. Het is een vrouw die ik vaag ken. Wel eens gezien, nooit echt gesproken. Een gesprekje begint; koetjes en kalfjes niveau. Ze komt me ergens bekend voor en ik vraag haar en naar. Er blijkt inderdaad een linkje te zijn, maar toch weer anders dan verwacht. Drie kwartier later nemen we afscheid en ben ik een heel levensverhaal rijker. Een verhaal van verdriet, acceptatie, zoeken, vinden, onderweg zijn. Teleurgesteld zijn, vooral in kerkmensen. Alweer. Wat kom ik dat toch vaak tegen. In andermans verhalen maar om heel eerlijk te zijn ook vanuit mijn eigen. Wat is dat toch met eigen gelijk vast willen houden, tegenover je medemens staan in plaats van er naast. Je moet wel hetzelfde over dingen denken, voor hetzelfde willen vechten, doen zoals het hoort omdat we dat nu eenmaal al zo lang doen, want anders…. Ja, want anders wat?
God is echt geweldig, boven alles goed en liefdevol. Maar zijn vertegenwoordigers hier op aarde maken er maar wat vaak een zooitje van. Een oordeel is zo snel geveld. Een veroordeling….?! Je standpunten verdedigen lijkt het belangrijkste, liefst goed onderbouwt. Maar doorvragen welk gevoel, welke emotie, welke beweegredenen, welk gemis ergens achter zit…. ho maar.
Veel te eng. Stel je voor dat je daar wat mee moet.
Eenmaal in de auto onderweg naar huis overdacht ik nog eens de avond. Wat een bijzonder gesprek was het. In haar zoektocht is ze tegen zoveel stelligheid van kerkmensen gelopen dat ze uiteindelijk de kerk heeft verlaten.
“De kerk, maar niet God!” zei ze vol overtuiging. Dat doet me zeer. Zo is het niet bedoeld; de kerk als een koud hol in plaats van een warm nest. Maar toegegeven, ze vertelde ook over dingen die totaal niet in mijn geloofswereld passen. Ik zat me te bedenken wat ik er van vond. Totdat ik me realiseerde: Misschien hoef ik niet altijd ergens wat van te vinden. Ik begrijp God vaker niet dan wel en ben er van overtuigd dat Hij veel meer en grotere dingen doet dan in mijn straatje of gereformeerde denken past.

Flair

Deze dag staat gepland als studiedag. Het is dus heel logisch dat ik direct na mijn vroege bezoek aan die vriendelijke mondhygiëniste mij naar huis haast en blijf steken in de bibliotheek. Wat was ik daar lang niet meer geweest! Ondanks de recente interne verbouwing behield ik mijn automatische loopje, lichtelijk verward door de verplaatste afdelingen. Ik belandde op de Nederlands Taal en Letterkunde. Geen straf, integendeel. Klein half uurtje later liep in de deur weer uit, met o.a. Toon Hermans in mijn handen. Een Luisterboek. De enige keer dat ik een luisterboek mee had genomen was voor onze zomervakantie; een kinderboek voor in de auto naar Verwegistan. Geen succes, nooit meer gedaan. Tot nu.
Toon Hermans, wat hou ik van die man. Zijn stem, zijn versjes, zijn treffende gebeden, zijn soms zo intense woorden.
Als ik dingen van hem lees dan stijg ik op en zweef ik naar plekken waar ik nog niet eerder ben geweest en ook nooit meer terug zal komen. Heerlijk. Nog even voor de interessante doch droge stof van de studieboeken aan een paar versjes van hem luisteren.. Twee, drie. Ok, nog eentje dan. Het is een kort verhaaltje. Ik zou willen dat ik ze zo schrijven kon. Titel: Flair. Ik luister glimlachend, zie bepaalde dames voor mijn geestesoog verschijnen. Dan stokt voor heel eventjes mijn adem. Dit gaat over mij! Hij doet het weer, die Toon Hermans, zo’n snaartje weten te raken, je weet wel.. daar ergens in je lijf. Ik kan het niet laten; wederom iets om te delen. Want misschien gaat het ook wel over jou.

Vandaag zag ik de aquarellen van mijn vriend Lodewijk.
Wat hebben die dingen een flair, dacht ik, en … opeens viel me op dat ‘flair’ zo’n goed woord is voor het luchtige gewuif van zijn penselen.
Misschien is dat luchtige gewuif wel waar het eigenlijk om gaat in de schilderkunst. Het luchtige gewuif is misschien wel de grootste waarheid in de kunst. Misschien zelfs in de kunst van het leven. De starheid te omzeilen, intuïtief luchtig wuiven tegen de morgen aan je raam.
Ik zie aan zijn penseelslag dat hij van binnenuit niet bang is voor het linnen. Omdat hij ook niet al te fanatiek wil scoren kent hij die angst niet. Als je angst heb voor het linnen is het doek kapot. De angst voor het linnen verkrampt de handen dan gaat het niet meer. Hoe wil je luchtig wuiven met penselen in een verkrampt handje? Zo gaat het ook met leven, dacht ik. Als je angst hebt om te leven, je te overbewust bent van wat je bent, te belangrijk vinden wat je doet, dan klap je dicht in je eigen introversie, dan beweegt de geest niet meer met de flair waarmee de penselen over het linnen bewegen. Het luchtige wuiven houdt dan op, de geest verstart, evolueert niet meer en de verstarring veruiterlijkt zich zelfs in de bewegingen van het lichaam.
Het karkas verstijft, de souplesse verdwijnt. Je ziet het aan de mensen die bang zijn ‘voor het linnen van het leven.’ Ze moeten leren luchtig wuiven met hun ‘leef-penselen’. Want welke beelden het leven ook in ons oproept, er is iets nodig van flair om te leven. ‘Flair’.
Het is misschien zelfs een wat modieus woord voor vertrouwen.

(Toon Hermans, Liggen in ’t gras)

Groeien

Groeien is dingen soms los durven laten.
Beelden gaan barsten en schieten tekort.
Groeien is botsen met God en ontdekken
dat je geloof daar niet minder van wordt.

Niet mijn eigen woorden, maar ik kwam het tegen.
Ik vind hem mooi en dacht: ik deel ‘m even…