Memory lane

Gisteren was mijn schoonmoeder een dagje op bezoek. Dat staat altijd garant voor “a trip down memory lane.” Bijna 82 jaar oud, dus het is geen wonder dat je meer te vertellen hebt over dat wat achter je ligt dan voor je.

Memory lane begint al vroeg in de morgen. Omdat we ma toch op zouden halen, hadden we besloten dan ook weer eens naar de kerk onzer beider jeugd te gaan. 
Niet het gebouw, helaas. De blokkendoos, die van buiten vaker voor gymzaal werd aangezien dan kerkgebouw, is niet meer. Toch jammer. Het was misschien een oerlelijke kerk, het was wel “mijn” kerk.
Wat had ik er graag nog eens een keer in rond willen lopen. Sfeertje snuiven. Herinneringen ophalen. Ik zie me er nog lopen: Mijn haar licht golvend tot vlak boven mijn billen, enorme hazentanden en een onzekerheidscomplex. Verder was ik best lief. Iets te. Na de 2e ochtenddienst net zo lang door staan kletsen totdat de eersten van de 1e middagdienst er al weer aan kwamen (dubbele diensten). Maar goed, zoals gezegd ligt er van het gebouw geen steen meer op zijn plek. Gesloopt niet lang nadat wij daar getrouwd zijn.
Dus, op naar de nieuwe kerk die inmiddels niet eens meer zo nieuw is. Zo grappig dat je door zoveel mensen nog steeds gekend bent. En dan heb ik het niet over de bekenden van toen, maar ‘de ouders van.. kennissen van…’ als je begrijpt wat ik bedoel. En je hoort ze bijna denken he: Hee, woar is die d’r toch ook alweer een van?
Geweldig om verscheidenen uit dat ‘clubje van toen’ ook weer even te zien. Uitgedund clubje, dat wel. Wij zijn in die 15 jaar echt niet de enigen die uitgevlogen zijn. Zit je daar op de – toch stukken comfortabeler dan toen – kerkstoelen, zie je her en der vrienden van ooit een rij binnen schuiven. Met mini-versies van hunzelf er achter aan. Zo leuk! Wat balen dat onze dochter ziek is. Ik krijg spontaan neiging om gruwelijk te gaan lopen pronken met onze mooie meid. Trotse moeder uithangen, je kent het wel.
Voor haar waarschijnlijk maar goed dat ze er niet bij is. Dat aanstellerige gedoe van je moeder zit je niet op te wachten als je 13 bent (zucht-stevig-en-rolt-met-ogen)

Eenmaal terug in ons huis, waar dochterlief nog steeds diep onder de dekens ligt, duurt het maar even: Familiebanden van ooit worden uitgelegd en niet meer bestane kerkzuiltjes afgestoft. (Hoe zit dat nu bij jullie dan?) Al lang overleden mensen worden weer tot leven gebracht in korte verhalen en anekdotes. En ik weet zeker: Als ik later nog meer rimpels heb en steevast de rollator weiger, praat ik waarschijnlijk precies zo. Misschien wel over jou (;

Verlangenavond

Gisteravond wilde ik graag iets eerder weg van mijn werk, wat overigens niet is gelukt.
‘Heb je een vergadering dan?’ Nee, dat is het niet. Maar hoe leg je zo’n avond nu uit?
Donderdag is ‘Verlangenavond’. Niet eens de officiele naam, maar onderling al vrij in het begin als zodanig bestempeld. Een avond waar mensen samenkomen met een verlangen naar God en het delen van en in Zijn liefde. Het klinkt gelijk zo zweverig als ik het probeer te omschrijven, maar je moet er bij zijn. Gisteravond was ik laat, maar ik weet dat ik op ieder moment kan en mag binnenvallen. Ik wist niet meer precies in welk huis ik moest zijn maar ik hoefde alleen maar mijn oren te volgen: Ze waren al aan het zingen, een heel mooi lied begeleid door iemand die zijn hart en ziel in zijn gitaarspel kan leggen. Prachtig om zo binnen te komen.
 K. las een gebed voor en ze verontschuldigde zich bij voorbaat al voor de lengte. En het was een gebed wat inderdaad geen einde aan leek te komen, maar dat wilde ik ook helemaal niet. Zin voor zin leek ze laagje voor laagje af te pellen met haar woorden, en God recht in mijn ziel binnen te laten komen. Met haar kwetsbare stem nam ze ons allen mee voor Gods troon, zo intensief heb ik het nog niet vaker ervaren in mijn leven. Een vrouw die weet van diepe dalen en intens verdriet en juist in al haar gebrokenheid straalt ze zo veel heelheid en kracht uit, ze heeft er zelf geen idee van. Ze sprak over hoop, over vertrouwen, over Gods onvoorstelbare liefde dwars door alles heen en je gelooft haar. En na zoveel mooie woorden waar helaas toch een einde aan kwam viel er een stilte. Een mooie stilte. Ook dat is samen delen.

Het was een bijzondere avond, maar ach.. dat is het eigenlijk iedere keer. Het is zo gaaf samen te zingen, bijbel te lezen, voor en met elkaar te bidden, een stukje te delen van jezelf. Ik moet vaak werken op donderdagavond en moe aan het einde van zo’n lange dag. Maar als het enigszins kan wil ik deze avonden toch niet graag missen. Ik er altijd zo door opgeladen! Ik hou van alleen zijn, maar heb net zo hard mensen om mij heen nodig. Samen onderweg; ik ben dankbaar van zoveel mooie mensen die God op mijn pad brengt.
Dus ja.. Verlangenavond. Hoe beschrijf je zo iets..?! Ik heb een poging gewaagd maar eerlijk gezegd kom ik woorden te kort om er echt recht aan te doen…
 

 

Samen

Gisteren, in de middagdienst, zongen we als gemeente onderstaand opwekkingslied.  Om heel eerlijk te zijn vond ik het eerder altijd een verschrikkelijk lied. Komt door de wijs, zo slepend en tergend dat ik er kippenvel van krijg en dan niet op een positieve manier bedoeld. Ik kwam in ieder geval niet meer zo ver dat ik me echt in de tekst verdiepte, hoewel ik doorgaans juist van de teksten ben.

De dominee had het leuk bedacht: We gaan in beurtzang zingen, dan komt de tekst veel meer tot zijn recht. En dwars door mijn vooringenomen reactie heen moest ik bekennen dat hij nog gelijk had ook. Het eerste couplet werd me toegezongen en zo heb ik ook geluisterd. Het raakte me zo diep, ik schrok er van. Ik heb meerkeren naar het vak rechts van mij gekeken. Direct aan de overkant van het pad zat mijn lieve vriendin Maahtje. Ook zonder dat ze het hoefde te zingen wist ik dat het waarheid was. Ervaring, noemen ze dat.  Ze keek niet terug, ik moest toch glimlachen. Maar ik zag ook andere mensen. Ik ken ze voor het overgrote deel, maar velen niet meer dan van her er der een praatje. Een enkeling slechts van gezicht. Ze zongen het. Ook voor mij. Hoe bijzonder.

Tweede couplet zong ik en de rest van het blok en de woorden die ik zong klonken als een belofte die mij, eerlijk gezegd, best zwaar aanvoelden. Dit gaat niet alleen over mijn vrienden en dierbaren in de kerk. Dit gaat over de hele gemeente. Derde couplet werd gedragen door warme mannenstemmen, het vierde klonk in heldere vrouwenklanken. Ik weet niet hoe de rest van de gemeente het ervaren heeft maar ik vond het heel bijzonder om naar een ander toe te zingen en zelf toegezongen te worden. Gaandeweg de coupletten voelde ik ook verdriet. Soms wil je wel geven en delen, houvast bieden, maar kan het niet. Mag het niet. Niet altijd is daar ruimte voor. Die ervaring heb ik ook en het doet zeer.  Mooi om het laatste couplet met z’n allen te zingen. Hoop aan het einde van het lied. Bidden dat het meer dan alleen mooie woorden op slepende tonen zijn, maar echt waarheid worden mag.

Ik wil jou van harte dienen
en als Christus voor je zijn.
Bid dat ik genade vind, dat
jij het ook voor mij kunt zijn.

Wij zijn onderweg als pelgrims,
vinden bij elkaar houvast.
Naast elkaar als broers en zusters,
dragen wij elkanders last.

Ik zal Christus’ licht ontsteken
als het duister jou omvangt.
Ik zal jou van vrede spreken
waar je hart naar heeft verlangd.

Ik zal blij zijn als jij blij bent
huilen om jouw droefenis.
Al mijn leeftocht met je delen
tot de reis ten einde is.

Dan zal het volmaakte komen
als wij zingend voor Hem staan.
Als wij Christus’ weg van liefde
en van lijden zijn gegaan.

Mooie woorden

Het is weer vrijdag, hè wat een heerlijke dag.
Mijn dag begon goed met een heel lief berichtje op mijn telefoon. Een paar woorden maar, maar het kleurde mijn dag. Blijkbaar was dat van mijn gezicht af te lezen want tijdens de ochtendwandeling met onze hond groette ik een wat chagrijnig kijkende man, ook met hondjes, en hij liep spontaan met een grote glimlach op zijn hoofd verder. Grappig, dacht ik nog.
Vrijdag is een dag vol leuke en soms onverwachte ontmoetingen. En ochtendje bij Hiernaast staat altijd gerant voor veel gezelligheid met regelmatig een leuk, ontroerend of hartverwarmend gesprek. Ook vandaag. Wow, wat kunnen mensen opbloeien na een complimentje zeg!
Wist je dat een negatieve opmerking er vijf keer harder inhakt dan een positieve..!? En dan nog, geeft iemand je een complimentje dan ontkracht of ontken je het weer. Valt je dat wel eens op? Het lijkt een hele kunst om alleen met ‘Dank je wel’ te antwoorden.
Wat is dat toch met positieve woorden? Wat maakt het toch zo verschrikkelijk ingewikkeld?
Nou ja, het hoeft eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Ik kreeg vandaag hele lieve woorden en ik deelde ze weer uit aan een ander. En van beiden werd ik even blij.
Ik moet ineens aan een kinderliedje denken:

Laat ons dan in ’t duister held’re lichtjes zijn
jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn

Nou, dat moet te doen zijn lijkt me, niet dan 😉

Lief kind

Lief kind van God,

Het is vaak moeilijk om in onze wereld te blijven bedenken dat God van je houdt zoals je bent.
God houdt niet van je omdat je goed bent. Nee, God houdt van je, punt uit.
God houdt niet van ons omdat we beminnelijk zijn. Nee, we zijn juist beminnelijk omdat Godt van ons houdt. Het is geweldig als je aanvaard wordt zoals je bent, los van welke prestatie dan ook. Dat is zo bevrijdend!

Desmond Tutu, uit “God has a dream: a vision of hope for our times”

Een quote wat ik eigenlijk iedere dag zou moeten lezen. Het is een waarheid die ik al jaren ken en aangrijp. Tegelijk een waarheid die ik nog dagelijks moeilijk vind om me echt eigen te maken, aan vast te klampen, volledig aan te kunnen nemen. Ik vind het moeilijk in een wereld waarin liefde en aanvaarding op zoveel, zo niet alle, fronten voorwaardelijk lijkt.
Ben ik hierin de enige in..?

Geef reactie

Leiding of naïviteit

‘Ik kijk altijd maar strak voor me uit’, zei ze, ‘en ik ga ook echt niet moeilijk doen als iemand voor probeert te dringen in de rij bij de kassa of zo. Voor je het weet heb je een tik te pakken.
Ze zijn zo brutaal als ik weet niet wat tegenwoordig!’
Om heel eerlijk te zijn herken in mij totaal niet in dat beeld wat de vrouw tegenover mij schetst. Het komt me angstig over, zo benauwd. Het tegenovergestelde, dat past beter bij mij. Of ik nu met mijn hond aan het wandelen ben of naar de stad fiets; ik zoek vaak oogcontact.
Een glimlach, even een goedendag zeggen.. zo doen wij dat nog hier in onze wijk. Gelukkig wel. En om heel eerlijk te zijn kan het me niet echt schelen of iemand er schattig, verloren, crimineel of doodgewoon uitziet. Misschien wat naief, als je me vergelijkt met de vrouw waarmee ik in gesprek was, maar er zijn mij nog nooit nare dingen overkomen.
Rare wel.
Op de een of andere manier voeren de wildvreemdste mensen hele gesprekken met mij, soms tot hele persoonlijke verhalen aan toe. Nu heb ik soms de wat onhandige neiging om vragen te stellen die even een tandje dieper gaan dan de gemiddelde mens zou stellen. Of je er nu op zit te wachten of niet. Of weer zo’n opmerking maken die iemand flink aan het denken zet.
Prima in een pastoraal gesprek of zo, maar als je met een ongeduldige hond aan de andere kant van de hondenriem in mijn verkleumde vingers staat de praten met een iemand die toevallig ook net zijn hondje aan het uitlaten is… tja.
Iemand die net te horen heeft gekregen dat ze ziek is en nog maar een paar maand te leven heeft. Een vrouw wiens man de afgelopen zomer heel plotseling was overleden tijdens een treinreis. Een man die net verlaten is door zijn vrouw, geen famillie of vrienden heeft om zijn verhaal bij kwijt te kunnen en zich stort op zijn werk om zo maar niet aan zijn verdriet te hoeven denken. En ga zo maar door.
Rijst bij mij toch altijd de vraag: Misschien heeft God die persoon wel op mijn pad gezet om even een praatje mee te maken. Die vraag kwam een tijd geleden wel heel eng dichtbij.
Stoere man met stoere hond en een heel triest verhaal. Ik hoorde mij weer van die emo vragen stellen (Yvonne, doe eens rustig aan je kent die beste man niet eens.) Ja hoor, man in tranen. Voordat ik kon bedenken wat ik deed maakte ik zo’n rake opmerking (Wat zei je net nog tegen jezelf?!? Je bent geen proffesionele hulpverlener of zo, schei uit!)
Hij keek mij aan en gaf mij spontaan een knuffel. Slik, wat gebeurt hier. Iemand die zo eenzaam is, zo voor zijn eigen rouwproces wegrent… ik had het echt met hem te doen.
Daar kwam de vraag: ‘Kom jij dan eens bij mij langs, ik kan zo fijn met je praten.’
Euhm.. Ja, daar stond ik dan met mijn vraag: Brengt God deze man op mijn pad en moet ik naar hem toe? Of ben ik weer eens verschrikkelijk naief en ben ik niet goed wijs om er serieus over na te denken om bij een wildvreemde, alleenstaande, lichtelijk wanhopige man thuis te komen.
‘Kom dan bij mij’, bracht ik nog in. Mijn man en puberdochter nog even ter sprake gebracht, gewoon voor de zekerheid. Maar nee, dat vond hij niet fijn praten met derden er bij. Kan ik me nog wel indenken ook.
Eerlijk gezegd dat hij me wel wat overviel en ik niet zomaar een beslissing wilde maken.
Dat vond hij prima. Adressen uitgewisseld (nog lang zitten bedenken hoe verstandig dat eigenlijk was) en gezegd dat hij welkom was. Ik bij hem uiteraard ook, ik moest maar eens aan komen waaien. Ik dacht er nog even het mijne van.
Gods leiding of mijn naieviteit, ik was er nog niet uit.
En echt, ik geloofde zelf niet eens wat er gebeurde, gaf die man mij zo ineens een zoen zo op mijn mond. Nou ja, bijna dan, ik kon nog net op tijd mijn hoofd bijdraaien. Gewoon zo’n blije, dankbare, vriendschappelijke zoen, maar toch.
Ja hoor, heb ik weer!
‘Sorry, maar ik kus geen vreemde mannen’
‘We zijn nu toch geen vreemden meer?’
We namen afscheid. We gingen ieder ons weegs, ieder met onze eigen gedachten.
Ik weet niet eens zijn naam.

Wat vind jij dat ik moet doen?

Geef reactie