Mijn beste vriend

Tom Rutbeek

Eenzaamheid is tegenwoordig mijn beste vriend. Ondanks de mensen om mij heen die meelevend – of is het medelijdend? – af en toe een appje sturen of langskomen om te vragen hoe het gaat en of er nog wat nieuws te melden is. Eenzaamheid loopt met me mee op een heerlijke zonovergoten dag als deze. Als ik met Tom wandel naar het Rutbeek – nu kan het nog – en de vogels als één groot chaotisch orkest hun liederen fluiten en de wind zachtjes met mijn ongekamde haren speelt. Het zit naast me als ik op mijn hurken in het gras, tussen de honderden Margrietjes zit om zo mooi mogelijke foto’s te maken van een dolenthousiaste hond. Het blijft naast me als ik op het houten balkje zit met mijn voeten in het zand waar Tom onder luid gegrom diezelfde balk uit probeert te graven. Zinloos. Net als mijn leven op dit moment. En toch geniet ik van de vredige rust, de stilte, van het nu. Denkend aan al die mensen die voorbij komen wandelen. Hand in hand, twee aan twee. Of voetballend met hun kinderen, even verderop. Samen. Niet alleen. Ik lijk op dit moment nauwelijks te bestaan. Alleen Tom kom naast me zitten en kijkt me met zijn trouwe hondenogen aan. Hij begint zachtjes te piepen. Alsof hij mij wil troosten. Bemoedigen. Zeggen dat ik niet alleen ben. Ik ben ook niet alleen. Eenzaamheid zit naast me. Mijn meest trouwe vriend. Het laat me nooit alleen..

Dit is mijn laatste blog op yag76.wordpress.com. De A uit yag76 is niet meer. In het vervolg zal ik verder schrijven op Miss Greenfield

Zo’n ochtendje

Door de gordijnen schijnt een verdacht lichte gloed. Ik trek mijn dikke ochtendjas nog wat strakker om mij heen, gluur ik naar buiten en staar in een witte wereld. Terwijl de alsmaar dikker wordende vlokken naar beneden dwarrelen nestel ik mij op een stoel dicht bij het raam. Dekentje om mij heen, dampende kop koffie naast me en tablet op schoot. Het is zaterdagochtend en een dag vol aanrommelen ligt voor me. Prettig…

Het is stil in huis, mijn vaste ritueel op een vrije ochtend kan beginnen. Facebook, Twitter, Pinterest, mail en dan uitgebreid allerlei blogs lezen. Verdwalen in andermans schrijfsels en verhalen. Maar het duurt maar even. Gestommel op de trap. Dochterlief, gehuld in een dekentje, stiefelt binnen. Het daarop volgende uur wordt gevuld met gezellig geklets, de geur van gebakken koekjes (Wel eerst fatsoenlijk ontbijten! Jaahh mam), geneurie en nog meer gekeuvel. Van lezen komt niet veel terecht maar mij hoor je niet klagen. Helemaal niet als ze me een heerlijk wentelteefje voorschotelt. Dan biedt ze ook nog eens aan om met de hond te gaan wandelen. Het inmiddels behoorlijk dik pak sneeuw zal daar allicht mee te maken hebben. Voor ze naar boven loopt krijg ik nog instructies mee om op de tweede lading koekjes te letten, die in de oven staan.

Snow-Heart

Het geratel verstomd, ik duik weer in mijn verhaal, totdat de volgende beneden komt; iets minder blij met de sneeuw maar met evenveel verhalen. Van lezen komt niet veel merk ik al. Geeft niet, t blijft evengoed een gezellig keutelochtendje.

Het is inmiddels bijna half elf. Het wordt tijd voor een hete douche en om mijn pyjama te verwisselen voor een warme trui en spijkerbroek. Ik loop naar boven. Komt dochterlief nog even bij me. “Bedankt man, voor t opletten op de koekjes. Ze zijn nu kats verbrand!” Ai. Minpuntje.

 

Dat was het dan… bijna

Vrijdagmiddag, languit op de bank met een kopje thee.
Een onwerkelijk gevoel overvalt me. Ik heb het er bijna opzitten! Alle opdrachten zijn af en ingeleverd, alle Proeves besproken, gepresenteerd en ondertekend. Vandaag nog even op school geweest voor de laatste dingen en nu hoef ik niets meer…
Nou ja, bijna niets. Volgende week beginnen de eindpresentaties, die van mij en mijn klasgenoot is een weekje later gepland (maar al wel af en voorbereid). Dit was het dan. Ik heb nog niet alle beoordelingen terug, maar ik verwacht toch niet dat nu nog iets tussen mij en mijn diploma in staat. Die ik overigens begin maart in ontvangst hoop te nemen.

Ik geloof dat ik de enige uit mijn klas ben die dit zegt, maar ik ga het echt onwijs missen. De vrijdagen op school dan, de opdrachten en verslagen; daar ben ik wel klaar mee. Alhoewel… Call me crazy, maar zelfs verslagen maken vind ik leuk om te doen. Maar ’s morgens in mijn autootje stappen om naar school te gaan, lessen volgen, contact met klasgenoten, het voelde werkelijk iedere keer weer als een dagje uit. Heel bijzondere contacten opgedaan waar ik de rest van mijn leven dankbaar voor zal zijn. Ik voel me toch een beetje een ander mens dan toen ik voor t eerst het prachtige gebouw van het ROC binnen stapte.

image

Daar zit ik dan, bijna niveau 4 op zak, Persoonlijk Begeleider Maatschappelijke Zorg. Weer gewoon aan het werk als assistent begeleider.
Beetje wrang voelt dat wel. Gelukkig ben ik gezegend met een geweldig team met fantastische mensen die me de ruimte geven om extra taken te doen. Maar toch…
Ach, wie weet wat er in de toekomst nog allemaal nog op mijn pad komt.
Voor alles is er een tijd en een plaats, schreef Prediker al. Het komt vast wel goed.
Nu eerst maar eens genieten van de rust.
Jakkes, wat klinkt dat saai (;

Wat gaat het snel…

Rommelen in een kastje met vergeten spullen en daar oude dagboeken tegenkomen. Wat je ook allemaal van plan was te doen, zodra  zo’n boekje wordt opengeslagen weet je dat er van je originele plan weinig meer terecht komt. 

“Zes weken oud is mijn kleine meisje alweer. Wat gaat het snel…” Vervolgens schrijfsels over slaaptijden, voedingen, eerste lachjes en gekke geluidjes. Ik was 23 jaar oud, had mijn baan opgegeven om fulltime moeder te zijn en genoot daar met volle teugen van. “Wat gaat het snel...” Ja, inderdaad. Die 6 weken zijn er inmiddels 798 geworden en nadien zijn er nog heel wat dagboeken vol gepend.

zwanger10“Heb je een baby in de buik?” vroeg een cliënt mij van t weekend. “Nee schat, dat zijn te veel oliebollen geweest”, terwijl ik wat rechterop ging staan en mijn buik inhield. Lukt bij mij nog. Bij mijn zus niet meer. Zij is wel zwanger. Zo leuk! Mijn kleine zusje wordt moeder. Ze was 16 jaar toen ze voor het eerst onze dochter in haar armen hield. Onze dochter is (bijna) 16 als hun kindje in haar armen ligt. “En als mijn zoon straks 16 is, houdt hij haar baby vast”, grapte ze. Hou toch op zeg… daar wil ik nog niet over nadenken. .

Een jongetje. Zus en vriend weten het sinds gisteren. Toen ze het vertelde plopte er gelijk een naam in mijn hoofd. Het zou wel erg toevallig zijn als het klopt.  Tja. Ik word weer tante. Echt niet voor de eerste keer, sterker nog, ik ben het al 16 keer. Maar dit eerste van mijn enige zus. Voelt toch net even wat anders. (sorry, lieve schoonzussen). Nog een paar weken geduld. Week of 16. Oh nee, iets meer.

 

Over de zak, de kadootjes en het kaartje voor de baby

besparen, goedkope, goedkoop, geld, weinig, op, centen, werkloos, baan, kwijt, sinterklaas, sint, feest, cadeaus, cadeautjes, kado's, pakjesavond, suprises, bedrag, prijs, euro, behapbaar, besparen, betaalbaar, betaalbare, zak, kortingen, codes, sale, aanMijn begeleidster komt me ophalen bij de dagbesteding. Eindelijk mag ik naar de groep. Zal Sinterklaas er al zijn? Ik heb een mooie pietenmuts gemaakt met glitters. Ze vinden het me allemaal zo mooi staan! Leuk voor ze, maar ik wil gewoon naar de groep. Straks ben ik te laat en is hij al weg. Krijg ik geen kadootjes. Mis ik alles. Kom! Met een flinke pas loop ik door de kou. Ik hou niet van de kou en nu moet ik ook nog rustiger gaan lopen. Ik wil niet rustiger gaan lopen.
“Ben je bang dat je te laat komt voor Sinterklaas?”
“Ja” zeg ik, mijn stem klinkt angstig.
“Hoeft niet hoor, hij komt pas na het eten” Ik geloof haar niet. Of toch wel? Vertwijfeld kijk ik haar aan.
“Nee joh” zegt ze met een geruststellende glimlach, “Sinterklaas en de pieten moeten toch ook eerst eten! Net als iedereen.” Oh ja, dat is natuurlijk ook zo. Eerst eten. En daarna komen ze met de kadootjes.
“Krijg ik ook wel een kadootje?”
“Oh ja hoor,dat weet ik zeker.”
Ik slaak een diepe zucht, knijp nog wat harder in de hand van mijn begeleidster en loop op hetzelfde drafje door. Je weet immers maar nooit…
Oh nee, de zak! Zwarte piet heeft vast een grote zak meegenomen! En ik ben heel vaak niet lief geweest. Oh nee, straks moet ik mee. Ik hou mijn pas in en begin zachtjes te jammeren. En als ik in de zak mee moet dan kan ik het kaartje niet sturen voor de baby. Zus heeft gezegd dat de baby wordt geboren als Sinterklaas is geweest. Hoe moet dat nou? Ik wil niet in de zak!
“Nee, nee”, roep ik heel hard en knijp nog veel harder in de hand van mijn begeleidster. Ik kijk haar strak in de ogen aan, ik weet niet meer wat ik moet doen dus begin ik haar maar heel hard te slaan. Natuurlijk zegt ze dat ik haar niet mag slaan, dat weet ik zelf ook wel, maar ik kan het niet helpen dus begin haar nog harder te slaan en begin zo hard te schreeuwen als ik maar kan.
“Het is maar wàt spannend, hè..” hoor ik mijn begeleidster zeggen. Gelukkig, ze is niet boos. Ik word heel iets rustiger. Maar dan denk ik weer aan de grote zak, aan de baby, aan het kaartje wat ik moet sturen en weer begin ik te slaan. Ik weet gewoon niet wat ik anders moet doen, help, help me dan, ik weet het allemaal niet meer! Ergens hoor ik de stem van mijn begeleidster, ze zegt mijn naam.
“Wat vind je nu precies allemaal zo spannend dan?” En dan gooi ik alles er uit; van de zak, de baby, het kaartje.
“Och lieverd, maar dat komt allemaal goed! De zak bestaat al heel lang niet meer, daar doet Sinterklaas niet meer aan. Hij neemt niemand mee. Hij komt alleen maar wat brengen. Kadootjes, ook voor voor jou.”
“Ja?” Maar oh nee, ik ben helemaal niet lief geweest, hoe moet dat nou?
“Geke, je bent hardstikke lief. Tuurlijk krijg jij kadootjes. Dat weet ik 100% zeker.”
“Ja?”
“Ja” en ze slaat een arm om me heen en druk me even stevig tegen zich aan. Weer een diepe zucht en mijn schouders zakken wel 10 cm naar beneden.
“En de baby dan?”
“De baby zit nog in de buik van zijn mama. Hij moet eerst nog groter groeien voordat hij geboren kan worden.” Oh ja, dat hebben ze vaker gezegd.
“De baby moet eerst nog goed groeien en als hij geboren wordt dan vertellen we je dat.”
Gelukkig maar. Rustig lopen we verder. Een kort stukje maar, want hoe dichter we bij huis komen, hoe spannender het wordt en begint het hele riedeltje overnieuw.

De middag en de avond duurden nog ontzettend lang. Ik heb nog heel veel geschreeuwd, geslagen en met spullen gegooid op mijn kamer. Gelukkig bleef mijn begeleidster heel dicht bij me en werd niet een keer boos op mij. Eigenlijk moest ik even een dutje doen. En ik was ook moe, zo vreselijk moe, maar stel je voor dat ik de Sint toch mis! Wat fijn dat ik mocht helpen om de slingers op te hangen en ik heb zelfs geholpen met andere klusjes. Na het eten ben ik toch in slaap gevallen, ik trok het allemaal niet meer. Maar ik was er bij toen de sint kwam, ik mocht op schoot zitten van mijn begeleidster en ik heb haar handen de hele tijd vast gehouden, bijna fijngeknepen zelfs. Ik heb haar alleen losgelaten om af en toe van het lekkers te snoepen wat op tafel stond. Eindelijk, eindelijk kwamen ze … sinterklaas en zijn pieten. Het was niet eens de echte zwartepiet. Het was het meisje van boven, ik zag het wel! Een nep zwarte piet! Toen ze zei dat het ons geheimpje was moest ik heel hard giechelen.

~ Geke is een bewoner van de woongroep voor verstandelijk beperkten, waar ik werk.
Dit is uiteraard niet haar echte naam.

Wie, ik?

Op vrijdag negeren dat je ziek bent en gewoon naar school gaan, examen doen, lessen volgen, dat lukt nog. Op zaterdag negeren dat je nog wat zieker bent en alsnog naar t werk gaan, dat lukt wat minder. Resoluut werd ik naar huis gestuurd door mijn lieve, zorgzame collega’s (vreselijk, je ziekmelden als je weet dat er een andere collega voor jouw uren op moet draaien…).

Inmiddels heb ik er al wat uurtje bankhangen opzitten. Aantal films gekeken, herhalingen van series, half in slaap, half uit verveling en ondertussen verwend worden door het thuisfront. Zo trekken de uren wel voorbij. Hangdag twee ging voorbij, hangdag drie in het verschiet. Om het onaangename toch met het nuttige te verenigen dacht ik dat ik mijn schoolwerk wel even bij kon werken. Laptopje op schoot, wederom half hangend op de bank en mijn kop alles behalve bij de overgang naar zelfsturende teams (Eindopdracht) of dingen wat zich op dit moment in de maatschappij afspelen op gebied van multicultureel bla bla, wat was de opdracht ook alweer? Uren verprutst en t heeft niks opgeleverd. Nope, dan maar vast bezig voor Sinterklaas. Nee, die hele zwartenpietendiscussie kan me gestolen worden, welke multiculturele opdracht ik ook mag hebben voor Burgerschap. Laat mij maar heerlijk verlanglijstjes maken. Gedichtjes verzinnen. Dat soort onzin. Geen surprises dit jaar, de rollende ogen van puberdochter zeiden meer dan genoeg. Waarschijnlijk moet ik mijn hoop op gedichtjes ook maar opgeven, kadootjes… verder geen gezeur. Goed, verlanglijstjes dus. Op dit moment gaat mijn verlangen niet heel veel verder dan naar een paracetamol en naar mijn diploma voor de opleiding zodat ik me überhaupt niet meer druk hoef te maken om die verslagen, maar dat past natuurlijk niet op zo’n wat-zal-ik-nu-eens-vragen-lijstje.

Op de achtergrond staat het journaal op, gevolgd door Een vandaag. Actie tegen Ebola, de ziekte waar nog steeds 100 mensen per week mee besmet worden. Ouderen die in ons land aan hun lot worden overgelaten omdat de hulp grotendeels van ze weggenomen wordt. Het zijn geen nieuwe berichten en helaas ook niet de enige nare berichten, maar vandaag komt het toch wat meer binnen dan andere keren. Zit ik mij daar rustig over te geven aan een griepje, ben ik heel luxe een verlanglijstje aan het maken terwijl ik al veel te veel spullen heb. Ja, ik weet wel dat ik overvallen wordt door misplaatst schuldgevoel. Sinterklaas overslaan maakt geen verschil in de ellende van deze wereld. Zelfs niet als we ons voor de sint gereserveerde centjes overmaken naar een of ander goed doel. Al is dat laatste best een nobel idee. Of zal dat alleen maar afkopen van schuldgevoelens zijn? En nu ik er over nadenk, ik laat ook genoeg mensen aan hun lot over door vooral druk te zijn met mijn eigen dingetjes, terwijl ik best vaker kan langskomen. Helpen. Aandacht geven. Wat dan ook.

Wat is dat toch met schuldgevoelens over te weinig doen, te veel laten. Maar genieten van wat je hebt moet ook, anders waardeer je je zegeningen niet. Ik moet niks, ik mag van alles, ik ben aan niemand verantwoording schuldig. Is dat zo? Ik weet het niet, ik voel weer hoofdpijn opkomen. Is niet zo, maar doen alsof maakt het soms wat makkelijker. Kop in t zand. Wat ik niet zie, dat is er niet. Ik sluit mijn ogen maar weer voor al die dingen waar ik anders weer te kort in schiet. Laat mij maar rustig mijn leventje leiden. Oogjes dicht en snaveltjes toe. Veel te ingewikkeld om over na te denken. Maar ja, zo werkt dat natuurlijk ook weer niet…

do_nothing

 

Sommetje

Een rekensommetje

Een lesblok bestaat uit 10 weken. De opleiding bestaat uit 2 blokken – 7 wk vakantie – 4 blokken – 7 wk vakantie – 2 blokken. In blok 1 krijgt Yvonne rekenles (waar ze overigens verschrikkelijk hekel aan heeft). In blok 8 vindt het examen rekenen plaats. Het examen telt niet mee voor het diploma. Slechts min. 20 min aanwezig zijn is verplicht. Hoe groot is de kans dat Yvonne het examen voor gaat bereiden?

image

Verklaar me voor gek maar de kans is nog redelijk groot aanwezig dat ik van de week toch nog mijn boek erbij pak ook. Zit ik daar straks voor dat beeldscherm met een groot vraagteken in mijn hoofd. Klok wat langzaam aftelt recht tegenover me. De eerste paar vragen zullen wel gaan, maar dan…. Zweet breekt me uit, hartkloppingen.
Bonkende woorden die zich in mijn hoofd herhalen: ‘Ik kan het niet, ik kan het niet…’

Best irritant als je alles wat je doet ook echt goed wilt doen. Ook als dat toch geen zin heeft. Gewoon je naam invullen, minstens 20 minuten wachten en er weer vandoor gaan. Er zijn er zat die dat zo gaan doen vrijdag. Waarom kan ik dat niet? Ik maak me een week van te voren al druk. Daar ben ik wel heel goed in; druk maken om niets. Nee. Dit keer ga ik het anders doen, sprak zij dapper. Stap uit je comfortzone;  falen mag! Slik. Even oefenen nog, deze zin. Ik geloof mijzelf nog niet zo. Ik denk dat bovenstaande vraag nog even blijft staan: Hoe groot is de kans….?

Follow my blog with Bloglovin

Daar heb je wat aan…

Er brandt een lampje in mijn auto. Ik houd niet van brandende lampjes op plekken waar dat niet zou moeten. Om heel eerlijk te zijn weet ik niet eens of ik het vandaag voor het eerst zie of dat mijn natuurlijke reactie was dat ik het wel eerder gezien had, maar niet registreerde. Zo van; zie ik het probleem niet, is er geen probleem. Dan gaat het vast vanzelf wel over. Mijn auto denkt daar anders over. Het begint licht te protesteren door wat minder soepeltjes te lopen, wat na een poosje overgaat in dreigen met afslaan. Ok, ok. Ik snap de hint. Probleem geregistreerd en bijgeschreven op het lijstje met actiepunten.

Snel naar huis dan maar. Paar straten verderop rij ik weer terug om mijn bijna vergeten dochter alsnog van school op te halen (oeps). Toch vertederend hoe dochterlief mij enigszins moed inpraat als dat lampje-wat-niet-hoort-te-branden ook nog eens begint te knipperen.
“Rustig maar mama, het komt allemaal goed.” Om mij vervolgens vierkant uit te lachen als ik nog verder in de stress schiet als de auto ook nog eens andere vreemde kuren begint te krijgen.
“Oh mam kijk, allemaal rook!”
“He, wat, waar, nee he..”
“Grapje…!”
Fijn, heel fijn. Schattig. Leuk van je. Ze komt niet meer bij van het lachen.
“Om de spanning een beetje te breken”, zegt ze dan ook nog met een grote grijns. Ondertussen knippert het lampje dan weer wel, dan weer niet, rijdt de auto zoals het hoort, dan weer niet. Ik vertrouw het voor geen meter. Ik zie me al midden op een druk kruispunt stilstaan, of op de rondweg waar geen andere auto meer langs zou kunnen. Dochterlief doet er nog een schepje bovenop en bedenkt al plekken waar we het beste zouden kunnen stranden wil de verkeerschaos op zijn best zijn. Mijn steun en toeverlaat…

Eindelijk rijden we onze wijk in. Nog maar een paar straten en ja; we hebben het gehaald. Bij thuiskomst het auto boekje er maar bij gepakt.
“Indien lampje knippert, bel direct de garage.” Het blijkt het lampje van de motor te zijn. Ik voel mijn portemonnee al jeuken. Vanmiddag nog maar eens de halve stad door rijden en hopen dat ik ook daar ongeschonden aankom.
Ik denk dat ik dochter maar thuis laat.

The notebook

Voor het eerst in mijn leven dat ik een boekrecensie schrijf. Wel vaker aan gedacht, maar nog nooit aan toegekomen. En ach… misschien is iets anders op mijn blog ook wel een keer leuk. Ik vond het iig leuk om te doen (:

The Notebook – Nicholas Sparks

Het is voorbij en ik voel me te kort gedaan. Al vanaf de eerste zin werd ik gegrepen door het verhaal van Noah en zijn geliefde Allie en veel te snel was het voorbij. Mij met verbazing en weemoed achterlatend. Toch voelt het niet vervelend, het geeft me juist een gevoel van dankbaarheid dat ik heel even deel mocht zijn van een heel bijzonder leven. Wat natuurlijk absurd is, het is maar een verhaal. Een compliment aan het adres van de schrijver.

Wie ben ik? En hoe, vraag ik me af, zal dit verhaal eindigen? De dag is zojuist begonnen, en ik zit voor een raam dat beslagen is met de adem van een voorbij leven. Ik zie er niet uit vanochtend: twee overhemden, een broek van zware stof, een das die tweemaal om mijn hals is geslagen en in een dikke trui gestopt die mijn dochter dertig verjaardagen terug voor me heeft gebreid.

Een oude man, in de laatste dagen van zijn leven. Vol verdriet, kwetsbare hoop en overvloedige dankbaarheid voor een leven samen met de vrouw waar hij zielsveel van houdt. De vrouw in wiens herinneringen niet alleen gaten geslagen zijn, maar grotendeels is gewist door de ziekte Alzheimer. Noah neemt je mee tijdens zijn laatste dagen; de kostbare momenten die hij met zijn demente vrouw doorbrengt. Hij leest haar het dagboek voor waarin het verhaal opgetekend staat van hem en haar en zo leer je hun geschiedenis. Zo hoopt hij ook haar weer terug te krijgen, al is het maar voor enkele minuten. Een blik van herkenning, een paar woorden van verbondenheid, een teder gebaar. Een paar momenten lijkt het hem te lukken om haar daarna vervolgens weer te verliezen.

Het klinkt misschien als een zoetsappig verhaal. Dat is het niet. Nicholas Sparks weet op een hele kwetsbare maar ook tegelijk krachtige manier twee dingen neer te zetten. Het geloof dat ware liefde ijzersterk is, een soort liefde wat in mijn beleving zeldzaam is maar waarvan ik weiger te geloven dat het niet bestaat. Onverwoestbare liefde dwars door afscheid heen. Het tweede wat op mij erg veel indruk heeft gemaakt is het verhaal van de mens achter de diagnose Alzheimer. En dan met name van degene die machteloos toe moet kijken hoe een geliefde verdwijnt terwijl zij er lijfelijk nog is.

Ik weet dat ik zielsblij zou moeten zijn, want dit samenzijn is het bewijs dat er nog liefde tussen ons mogelijk is. Maar ik weet ook dat er voor deze avond een eind aan komt. De zon is al lang onder en de dief zal zo binnensluipen, en ik kan hem op geen enkele wijze tegenhouden. Dus ik kijk naar haar en wacht en leef in de resterende minuten een eeuwigheid. Niets. Ik zeg haar deze avond voor het laatst dat ik haar liefheb. En de dief is komt. Niets.

Ik ben vaker in een boek van Nicholas Sparks begonnen, maar toch weer afgehaakt. Dit boek raakte me wel en dat heeft voor een heel groot deel te maken met zijn schrijfstijl. Ik werd er in ieder geval warm van. Wie denkt het verhaal van de film terug te vinden komt voor een groot deel bedrogen uit. De jonge jaren worden slechts als herinneringen aangehaald maar komt verder niet voor in het boek. Het boek is kleiner, daardoor ook krachtiger denk ik. Ingezoomd op slechts enkele dagen met een kleine uitstap in de vorm van een flashback. Een verhaal van hoop, liefde, afscheid, de kwetsbaarheid van het leven. De wil om de moed nooit op te geven. Maar ook van intens genieten en dankbaarheid voor juist de kleine momenten die het leven zo mooi kunnen maken.